Alle afleveringen
S08E55 - Robo sapiens: de mens centraal in AI-transformatie
S08E55

Robo sapiens: de mens centraal in AI-transformatie

Seizoen 8 50 min Hosts: Joop Snijder & Niels Naglé
0:00

Wat leer je in deze aflevering?

Lizzy Prins, organisatieadviseur bij High Potential Factory, ziet bij vrijwel elke organisatie hetzelfde patroon: Artificial Intelligence wordt bovenop bestaand werk gezet, zonder dat er iets verandert aan taken of processen. TNO-onderzoek bevestigt dat: medewerkers ervaren door AI méér werkdruk, niet minder. Haar aanpak begint niet bij tools, maar bij één vraag: wat is de kernopdracht van jouw team, en wat staat er op de lijst dat daar niets mee te maken heeft?

Organisaties die hun vijftig AI-initiatieven terugbrachten naar vijf prioriteiten, boekten sneller zichtbare resultaten dan teams die alles tegelijk probeerden. Morgen kun je beginnen met een lijst van alles wat er in jouw team speelt rondom AI, een naam invullen bij wie verantwoordelijk is, en alles zonder naam beschouwen als focusprobleem.

01
AI vergroot bestaande drukte Zonder aanpassing van werkprocessen leidt AI-implementatie tot meer werk, niet minder. Teams maken nu vijf rapporten waar ze er eerst één maakten — snelheid zonder focus levert geen winst op.
02
Focus als voorwaarde voor resultaat Organisaties hebben gemiddeld 20 tot 50 losse AI-initiatieven lopen, zonder eigenaar. Terugbrengen naar maximaal vijf prioriteiten per kwartaal levert aantoonbaar sneller resultaat op dan breed versnipperd werken.
03
Fab Five framework Stapsgewijs AI integreren via een gestructureerd stappenplan — van fundament naar olievlekverspreiding in de organisatie. Overslaan van stappen veroorzaakt groeischeuren die later gerepareerd moeten worden.
04
Energiemanagement Als AI de routinetaken wegneemt, blijft zwaarder cognitief werk over. Een volledige werkdag op hoog niveau presteren wordt daardoor minder realistisch, niet meer.

Kernbegrippen

AI-implementatie
Het inbedden van kunstmatige intelligentie in bestaande werkprocessen en organisatiestructuren.
Fab Five framework
Gestructureerd stappenplan voor gefaseerde AI-integratie van fundament naar organisatiebrede verspreiding.
Energiemanagement
Inzicht in cognitieve belasting wanneer routinetaken door AI worden overgenomen en zwaarder werk overblijft.
Dataveiligheid bij low-code tools
Risico's bij koppeling van klantdata via app-builders zonder volledig inzicht in veiligheidsgaranties.

Wat kun je morgen doen?

  1. 1 Inventariseer alle lopende AI-initiatieven in je team en breng ze terug naar vijf prioriteiten voor de komende drie maanden
  2. 2 Stel jezelf de vraag wat de kernbedoeling van je team is voordat je AI inzet — voorkomt dat je verkeerde processen versnelt
  3. 3 Gebruik een timer bij AI-sessies om rabbit holes te vermijden en focus te bewaken

Interview: Lizzy Prins

Lizzy Prins
Lizzy Prins Auteur, Trainer & Adviseur bij High Potential Factory Bekijk gastprofiel →

Kun je jezelf voorstellen aan onze luisteraars?

Dat is altijd een ingewikkelde vraag, want ik krijg ook vaak de vraag wat ik dan allemaal precies doe en heb gedaan. Ik zeg altijd dat ik eigenlijk altijd eerder uitgepraat ben als we het hebben over wat ik niet doe en gedaan heb. Maar als ik het echt plat sla: ik heb een achtergrond in HR en organisatieontwikkeling, ook een master in organisatieontwikkeling. En dat heb ik de afgelopen jaren aan AI gekoppeld. Waar ik wel jaren geleden in de beginfase echt merkte, is dat het nog heel erg over de technologie ging: wat is het, wat kan het. Daar hebben mensen eerst ondersteuning nodig. Toevallig heb ik daar zelf ook heel veel ervaring mee. Ik ben al twaalf, dertien, misschien inmiddels veertien jaar met de technologie bezig. Dus daar ben ik in de eerste instantie ook ingesprongen, maar ik merkte al wel vrij snel dat ik eigenlijk die verbinding wilde maken naar dagelijks werk. Omdat ik dacht: ja, we kunnen heel lang over AI hebben, wat het allemaal kan en wat het doet. Maar op het moment dat we er morgen niet per se beter van worden, dan hebben we er eigenlijk niks aan. Dus dat is eigenlijk langzaam steeds meer ontwikkeld tot wat ik vandaag de dag doe. Ik doe nog steeds heel veel sessies op het gebied van AI, maar wel altijd de koppeling naar dagelijks werk. Ik werk ook eigenlijk met name altijd met wat er al op dit moment is, want er is vaak al heel veel. Dus ik zeg altijd: ik ga geen tooltjesshow houden, want ik vind dat zelf eigenlijk helemaal niets toevoegen. Dat kan je ook de hele dag zoet mee zijn, daar hoef je mij niet voor in te huren. Ik doe ook regelmatig organisatiebegeleiding, dus echt een beetje op het organisatieontwikkelstuk en veranderstuk. Spreek regelmatig op grote podia. Ik heb een boek geschreven, inderdaad. Jurylid van de AI Awards de afgelopen jaren. Dus eigenlijk een hele wisselende agenda. En dat maakt het voor mij eigenlijk ook heel erg leuk. Er zit een hele stevige lijn in, wat mijn focus is. Maar de toepassing daarvan is eigenlijk op heel veel verschillende lagen en op heel veel verschillende gebieden.

Je boek heet "Van Homo Sapiens naar Robo Sapiens". Dat klinkt als een grote verandering. Wat is dan de Robo Sapiens?

Voor mij is de Robo Sapiens echt een samensmelting – en dat klinkt dan gelijk misschien weer een beetje eng – maar eigenlijk de combinatie van mens en AI. Ik geloof echt dat AI een soort van katalysator kan zijn voor dat we werk weer op een andere manier mogen vormgeven. Dat we weer opnieuw mogen bedenken waar ik eigenlijk van toegevoegde waarde wil zijn. En waar kan ik dingen makkelijker maken, versnellen. En waar zijn dingen die eigenlijk helemaal niet zo leuk zijn. En hoe kan ik daar slim gebruik maken van de mogelijkheden die er zijn. En dat was de afgelopen jaren ook al zo, voor AI. Maar ja, veel beperkter en ook veel meer beperkt tot een bepaalde groep. En ik denk dat het voordeel van AI wel echt is dat dit eigenlijk nu voor iedereen tot de beschikking staat, en eigenlijk op een hele makkelijke laagdrempelige manier. Dus voor mij is echt Robo Sapiens eigenlijk die combinatie mens en AI. En dat is eigenlijk bijna misschien wel een puzzel van duizend stukjes, in plaats van dat je heel makkelijk die tweedeling kan maken. Nee, het gaat eigenlijk misschien wel om een puzzel van duizend stukjes, waar je eigenlijk op millimeterwerk constant kan kijken: waar mens en waar AI. En daar staat Robo Sapiens voor mij ook voor. De titel was er eigenlijk ook eerder dan het boek – het boek is ontstaan uit de titel, grappig genoeg. Ik heb die titel ook bewust een beetje schurend gemaakt, want ik zie het ook echt als die evolutie, die kant op. Toen ik die titel eigenlijk bedacht had, zag ik ook dat plaatje voor me. Misschien hebben jullie ook wel eens gezien: de evolutie van de aap, daarna de oermens en de holbewoner en de mens. Dat zag ik een beetje voor me. En toen dacht ik: daar komt eigenlijk nu een hele stroming achteraan.

Je schrijft in het boek juist heel vaak dat het om de mens gaat. Is dat niet dan een beetje een tegenstelling?

Ja, dat is het inderdaad. De lijn van het boek is inderdaad ook dat het over de mens gaat. In principe gaat het wel over AI, maar niet over per se de technologie. Daar ben ik eigenlijk heel erg van weg gebleven, bewust ook. Omdat ik dacht: ja, daar zijn eigenlijk al genoeg boeken over. En voor mij gaat het eigenlijk veel meer om het transformatiestukje en ontwikkelstuk daaromheen. Maar ik heb in het boek wel heel bewust meegenomen: dit is eigenlijk het vraagstuk wat je kan meepakken. En hoe ga je dit nou op de werkvloer eigenlijk aanpakken. Dus daar is eigenlijk dat AI-stuk op die manier ingekomen.

Hoe pakken we AI dan aan op de werkvloer?

Wat ik nu heel veel zie – en ik denk dat dat voor heel veel luisteraars ook wel herkenbaar is – is dat er een soort van snelle gewoonte ontstaat. Van: AI is op de werkvloer, of we dat nou met elkaar hebben bedacht of niet. Of we daar al plannen voor hebben gemaakt of niet. Het is nu aan alle kanten. Dat is gewoon een realiteit waar we vandaag de dag nu mee te maken hebben. Maar vaak wordt het bovenop het werk erbij gezet of gegooid. En vaak wel met de aanname van: oh, dan komt het vanzelf wel goed. En dan gaat het vanzelf wel winst opleveren. En dan gaat het vanzelf wel mooie dingen doen. En dat gebeurt niet automatisch. En eigenlijk is dat ook logisch. Want op het moment dat je het bovenop het huidige werk gooit – en dat zie je natuurlijk nu ook in heel veel verschillende onderzoeken naar voren – dan kan het ook heel snel nog drukker worden dan dat het al was. TNO is de afgelopen maanden natuurlijk naar buiten gekomen met onderzoek waaruit blijkt dat mensen nog meer werkdruk ervaren door AI. Ja, logisch, als je het bovenop dat werk gooit.

Dat is anders dan de belofte. De belofte is juist dat we efficiënter worden en minder hoeven te doen. Waar ligt dat dan, denk je?

Als we het bovenop dat werk zetten en we passen niks aan, dan is één en één is twee: het wordt gewoon drukker. Dus op het moment dat we eigenlijk hetzelfde blijven doen en daarvoor AI gaan gebruiken, dan wordt het niet automatisch als een soort van magische toverstaf dat alles wordt efficiënter. Wat ik vooral ook heel veel in teams nu zie, is dat omdat snelheid nog makkelijker is geworden – ja, eerder leverden we misschien één rapport aan op een bepaald onderwerp, maar nu doen we misschien wel vijf of tien verschillende versies. Eerder gingen we met twee ideeën aan de slag, en nu gaan we er misschien wel met vijftig of honderd aan de slag. Dus het kan ook eigenlijk dingen gaan versnellen die helemaal niet zo handig zijn om te versnellen. En ik denk ook dat we vaak op de werkvloer ook een beetje vergeten – het is een hele lastige vraag natuurlijk, maar tegelijkertijd echt zo belangrijk – ik zeg altijd: eigenlijk zou iedereen aan het begin van de dag moeten weten wat het allerbelangrijkste is wat ik vandaag heb te doen en waar draagt dat dan aan bij. En dat is natuurlijk een hoge alert en hoge energievraag. Maar eigenlijk in de kern wel hoe we het meest effectief met elkaar bereiken wat we te bereiken hebben.

Met jouw HR-achtergrond: wat zou je dan nu adviseren over hoe we langzamer aan moeten doen in het werk? Want uiteindelijk is die druk er, dus hoe zorg je als team, als afdeling dat je gezamenlijk op de slimme manier omgaat met die druk?

Ik denk als eerste dat ons automatisme al is: als er dus een paar uurtjes vrijkomen, dan willen we die automatisch invullen met andere dingen. Nou, dan is al het gevaar dat je die in gaat vullen met andere dingen die er misschien ook niet zo toe doen, dan win je er ook niet per se wat mee. En het gevaar zit er natuurlijk in de kern in dat je iets wat vrijkomt gelijk wil invullen. Terwijl het ook gewoon oké is om dan te zeggen: ja, we kunnen ook gewoon even niks doen. En ik denk ook – want het is ook niets mis mee – dat je een keer eerder naar huis gaat. Of zegt: nou, ik ben vanochtend vroeg begonnen, ik vind het wel even mooi voor geweest voor vandaag. Of je denkt: eigenlijk ben ik gewoon qua energie gewoon een beetje vol. Het is gewoon genoeg. En ik denk dat we daar ook veel bewuster van mogen worden. Ik hoop ook uiteindelijk dat dit nieuwe tijdperk ook het tij kan keren, dat productiviteit en effectiviteit per se in uren zit. Terwijl je ook kan zeggen: ja, als iemand gewoon in de helft van de tijd gewoon oplevert wat de bedoeling is, en dat we daar met z'n allen eigenlijk blij van worden, ja, dan is dat eigenlijk ook gewoon de goede weg natuurlijk.

Zie je die verandering al bij organisaties?

Nee. En dit is denk ik ook – dit gaat een systeemverandering worden. Hier moeten we misschien wel, hier gaan we misschien wel de komende tien, twintig jaar over doen. Kijk, op teamniveau is het denk ik wel belangrijk om te kijken: wat hebben wij eigenlijk als team nu als opdracht? Dus wat hebben wij nu eigenlijk qua taken en processen liggen? Wat is eigenlijk in de kern onze opdracht? Is ook altijd een leuke vraag aan een team: wat is in de kern jullie missie, jullie bedoeling richting de organisatie? Nou, dat is ook altijd grappig – dat weet bijna geen enkel team zo te benoemen. Maar dat is eigenlijk ook weer zo'n vraag. Wat ik ook veel zie is dat er vaak wordt geoptimaliseerd en wordt doorgebouwd op alles wat we ooit zo hebben bedacht. Maar wie zegt dat wat we ooit hebben bedacht, vandaag de dag nog de goede dingen zijn? En ik denk dat we veel meer op die manier naar het vraagstuk mogen kijken. Ik geloof eigenlijk zelf veel meer in: wat is als team jullie bedoeling? En dat is gelijk een hele zware vraag, maar die kunnen we verder afbellen. Maar eigenlijk vanaf daar eigenlijk met een leeg canvas gaan beginnen. Oké, maar als dit dan onze bedoeling is, en we willen dit bijdragen voor nu en voor de toekomst van de organisatie en voor onszelf en voor onze mensen, wat hebben wij dan te doen? En hoe ziet dat eruit? En wat hebben we dan liggen? En waar kunnen we misschien wel mee stoppen? Of wat voegt eigenlijk helemaal niks toe, maar hebben we eigenlijk al die jaren in stand gehouden?

Is dat niet een idealistisch beeld? Als ik kijk naar wat er in Amerika gebeurt, dan wordt gewoon gezegd: nou ja, als we dingen in de helft van de tijd kunnen doen, dan gooi je gewoon de helft van het personeel eruit. Waarom zou dat hier niet gebeuren?

Ik vind dat een beetje korte termijn denken. En dat is natuurlijk ook wel een beetje de oude manier van management denken. Van: ja, als je meer met minder kan doen, dan kost het uiteindelijk minder geld. En dan is dat succesvoller. Aan de andere kant is het korte termijn denken. Dus dat kan voor nu werken. Maar wie zegt dat je daar morgen, overmorgen en volgend jaar nog succesvol mee bent. En de realiteit is dat we al jarenlang in een hele snelle wereld zitten die doorontwikkelt. En dat dat nu alleen nog maar sneller gaat. Dus de kans dat dingen morgen al niet meer werken, die is alleen maar groter geworden. Dus je hebt niet alleen je mensen voor nu nodig, maar ook je mensen voor morgen, overmorgen en de toekomst.

Het is toch lastig, want in softwareontwikkeling bijvoorbeeld is er ook druk aan het ontstaan. Ze zien dat je met generative engineering sneller kan ontwikkelen. Dus wordt er ook meer gevraagd. Dus je moet ook meer leveren in dezelfde tijd. Ik ben het helemaal met je eens dat er rust nodig is om goed te kunnen werken. Maar dat zijn twee tegengestelde stromen: heel veel druk aan de ene kant, en aan de andere kant zeggen dat we moeten versnellen omdat de verandering zo snel gaat. En je moet even stilstaan om eigenlijk de juiste kant op te gaan.

En druk kan ook verlammen. En is alle druk even relevant? Ik denk dat dat al de vraag is, die misschien ook wel weer de helft rust gaat terugbrengen in het beginsel. Die druk die jullie noemen – ik denk dat heel veel mensen dat herkennen. Het gaat zo snel in de buitenwereld. En je hebt eigenlijk al zo snel het gevoel dat je achterloopt. Maar ik denk dat het de kunst is in die snelle wereld om eruit te pikken wat voor jou en jullie relevant is. En je niet gek laten maken door die snelheid in de buitenwereld. Omdat die druk echt kan gaan verlammen. En daardoor ga je denk ik in snelheid verkeerde keuzes maken. Terwijl het denk ik echt wel ergens de kunst is van: in verbinding blijven met de relevante dingen voor jou en voor jullie in de buitenwereld. En daar intern weer je eigen ding van maken. En dan de balans blijven zoeken van: oké, hoe kunnen we hier slim mee om blijven gaan. Want ik denk inderdaad ook niet dat we daar niet aan ontkomen. En dat is ook een goede ontwikkeling. Want we hebben nu al te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Dat gaan we de komende jaren nog meer mee te maken krijgen. We zijn afgelopen jaren enorm aan het vergrijzen. Dat gaat ook alleen maar extreem worden. Dus we hebben ook manieren nodig om veel slimmer te kunnen werken. Want het aantal handjes wat we de afgelopen tientallen jaren hebben gehad, dat gaat gewoon echt anders worden. Maar tegelijkertijd heb je ook wel gewoon de juiste mensen, de juiste talenten nodig die de juiste dingen doen voor vandaag, morgen, overmorgen en volgend jaar.

Hoe help je dan organisaties om even stil te gaan staan? Om hierover na te gaan denken voordat ze eigenlijk gaan rennen? Want ik denk dat je vaak wordt ingeschakeld als ze juist al aan het rennen zijn. Hoe zorg je ervoor dat die organisatie weer even stil durft te staan?

Eigenlijk een van de eerste dingen waar ik de afgelopen tijd mee begin, is eigenlijk eerst in het gesprek beginnen met in kaart brengen: wat gebeurt er nu allemaal op dit gebied? En vaak is eigenlijk het verhaal: we willen er eigenlijk meer uithalen. Of in ieder geval, we doen er al heel veel mee, maar we merken eigenlijk nog niet zo heel veel dat het echt iets oplevert. Nou, dat is natuurlijk vanuit management en bestuur niet zo'n lekkere combinatie. Dus we willen graag dat het uiteindelijk ook weer terug gaat lonen. En ze denken dan vaak: we moeten nog meer doen om er nog meer uit te kunnen halen. En vaak eigenlijk – nou ja, ik zeg vaak, maar eigenlijk is het denk ik in 99% van de gevallen – is het tegendeel gewoon waar. Er gebeurt al te veel, waardoor het gewoon niet gefocust is, veel te versnipperd en dat het daardoor eigenlijk alle kanten op schiet. En vaak is ook niemand verantwoordelijk voor. Dus dat vind ik ook altijd een interessante vraag in organisaties of in MT's: ja, wie pakt dit AI-stokje nu vast? Mensen lijken hun handen er bijna aan te branden. Want niemand wil hem vastpakken. Dus het is een beetje een soort van: jullie toch?

En wat is dan de reden, denk je, dat niemand dat durft?

Het is niet per se een stokje die van één iemand is. En dat maakt het lastig. Want het is niet per se IT, het is niet per se MT, het is niet per se HR. Het is eigenlijk een taartstukje voor iedereen. Maar als ook niemand daar de lijm daartussen faciliteert en ook gewoon duidelijk belegd – en zorg dat dingen vastliggen van wie pakt dan welk deel van de taart – dan blijft het een beetje in het midden liggen. En dan blijft het ook een beetje een soort van gezamenlijke verantwoordelijkheid die wel lekker voelt. Maar uiteindelijk: gezamenlijke verantwoordelijkheid is over het algemeen geen verantwoordelijkheid. Dus dan gebeurt er eigenlijk ook een beetje – heel veel dingen vallen daardoor tussen wal en schip. Dus eigenlijk het eerste wat ik doe is eigenlijk die twee dingen in kaart brengen: wat gebeurt er nu allemaal? Nou, dat is echt gewoon schrikbarend hoeveel daar vaak uitkomt. Echt een lijst van makkelijk twintig, dertig, veertig, vijftig dingen op dit gebied. Niet overal alles centraal, ook veel in hoekjes. Maar echt als je alles in kaart gaat brengen – en dit is eigenlijk al een hele exercitie, omdat dit zo verstopt zit overal. Ook niemand heeft het overzicht. En dan ga je de vervolgvraag natuurlijk met elkaar behandelen: oké, maar wie is dan waarvoor verantwoordelijk? Nou, ook niet. Dus het is heel erg overal en nergens.

Hoe kan je dat wel ergens beleggen? Wat is er voor nodig om ze mee te nemen dat ze verantwoordelijkheid nemen?

Ik zeg altijd: die lijst van twintig, dertig, veertig, vijftig dingen, die moet voor nu, voor de komende maanden teruggebracht worden naar maximaal vijf. Dat is echt wel een rotoefening, natuurlijk. En dan zeg ik ook: daar gaan we dus nu met elkaar afspraken over maken, met elkaar een ruimte in. Tegenwoordig noem ik het ook echt de concessieruimte aan waar kopen zonder kijken. Want hij is waanzinnig als concept. En dan zeg ik: een kwartier. Want ja, weet je, je kan je ook de hele dag over praten. Want er is altijd wel iemand die dan vindt dat toch andere dingen weer voorrang moet krijgen. Vijf. En dan ook met elkaar wel de commitment van: niet morgen, of op moment dat we nu met z'n allen de deur uitlopen, dat er opeens alweer een paar bij komen rollen. Er mogen alleen maar in een paar uitzonderingsgevallen dingen bij als er een aantal dingen afgaan. Maar je wil daar dus niet de hele tijd in sleutelen. En het is ook niet dat je die andere twintig, dertig, veertig dingen niet gaat doen. Maar die komen op een soort van prioriteitenlijstje. Die als je die drie maanden succesvol hebt afgerond met die focus, die kan je dan weer erbij pakken: wat gaan we dan nu aanpakken? En zo kan je eigenlijk heel snel meters maken. En dan is het eigenlijk ook – dan wordt vaak ook zichtbaar van: ja, eigenlijk resultaat en impact met AI behalen is helemaal niet zo ingewikkeld, maar het zit vaak veel meer in die focus. Als je gewoon echt een stip op de horizon hebt van: deze dingen gaan we nu volgas gewoon de komende periode even aan werken. En ook zorgen dat het niet allemaal van die projecten erbij zijn. Want dat is ook vaak een gevaar: we hebben het allemaal hartstikke druk, we zitten tot hier. En als er dan ook nog allerlei projecten daarnaast komen, en ondertussen gaat het bedrijf gewoon door en komen andere projecten bij. En het leven gaat gewoon door. En ja, dan is ook het gevaar dat het heel veel van de kar gaat vallen.

In het boek behandel je een framework. Zou je daar iets over kunnen vertellen?

Ja, Fab Five. Nou, dat is eigenlijk ook een dubbele naam, zeg ik altijd. Eigenlijk ook om een nog betere en leukere werkweek te creëren. En dat begint eigenlijk bij een aantal stappen. Een aantal eerste stappen, dus eerst fundament. Dus je wil eigenlijk eerst een soort van basis hebben dat we wel een beetje op de werkvloer duidelijk hebben en in teams van: nou, wat is het en wat kan je ermee? Maar dan het liefst wel, vanuit mijn visie, die verbinding gelijk met de dagelijkse praktijk, al is het maar een paar kleine stappen. Ik zeg altijd in mijn eigen sessies ook: ik kan heel lang erover gaan vertellen, maar ik heb eigenlijk liever dat jullie het zelf onder je vingertoppen gaan ervaren. Want het is gewoon vele malen effectiever. En dan kan je heel veel inspiratie delen. Maar ja, je kan ook naar de Efteling gaan om geïnspireerd te raken. Alleen inspiratie heb je niks aan. Dan gaan niet dingen morgen mee veranderen. Dus daar begint het eigenlijk mee. En vervolgens: er is eigenlijk altijd een beetje een soort van driedeling in elk team ook wel. Sommige teams wel uitgesloten, maar andere teams ook wel. Eigenlijk als doorsnede van de organisatie zie je eigenlijk wel: er zijn mensen die enthousiast zijn, die hebben eigenlijk weinig nodig. Die waren al enthousiast, zijn niet per se enthousiaster geworden – niet altijd waren ze al. Je hebt eigenlijk een soort van de mensen die misschien nog een beetje argwanend ernaar zijn. En een grote middengroep die nou van moment tot moment alle kanten nog op schiet. En kijk, je wil eigenlijk die energie die ontstaat – zeg ik altijd, dat is eigenlijk de beste versneller om vast te pakken. En dat kan je heel snel als olievlek gaan verspreiden. En ik zeg altijd: het is niet dat je de rest moet gaan negeren. Maar de makkelijkste manier is gewoon die olievlek groter gaan maken. En overal kleine olievlekjes laten ontstaan. En dat eigenlijk gaan versnellen. Eigenlijk – nou ja, ik kan het hele Fab 5 framework gaan uitleggen, maar dan zijn we morgen nog, moet je gewoon het boek voorlezen. Maar het is eigenlijk een soort van stappenplan bijna, hoe je AI op de werkvloer stap voor stap kan aanpakken. Eigenlijk is Fab 5 ook – nou ja, in het boek staan ook nog meerdere modellen, ook eigenlijk wel verdeeld over meerdere fases. Van: je kan als organisatie, als je net begint, dan kan je niet opeens al naar stap honderd gaan. Want dan gaan er heel grote groeischeuren ontstaan, die je uiteindelijk ook weer moet repareren. Dus de beste manier om het meest makkelijke en duurzame resultaten uit te halen, is ook gewoon stap voor stap voor stap. En natuurlijk kan je elke keer kijken bij het volgende honk: wat hebben wij nu nodig? Wat gaan we wel doen, wat gaan we niet doen, waar zit de energie, waar gaan we op inzetten. En waar is misschien even wat extra aandacht nodig, omdat anders wel een hele grote groep achter gaat blijven. Maar ik denk ook: daar kan je ook heel erg gefocust werken. En als je gefocust werkt – dat zit ook heel erg in mijn eigen werkwijze – dan kan je ook echt heel snel resultaten neerzetten.

Hoe zit die focus in je eigen werk?

Dat gaat de ene dag beter dan de andere. Ik ben eigenlijk wel heel erg gefocust, maar ik ben ook heel creatief. En soms gaat mijn creativiteit ook wel eens met mij aan de haal. Gelukkig ben ik ook geen AI geworden, dat denken sommige mensen. Het is soms, ik denk dat soms ook echt wel een gevecht. Maar ik denk dat iedereen dat wel herkent. Voor mij zit dat in – dat creatieve stukje zit ook heel veel energie. En dat is ook weer nodig om een batterij op te laden. En ik ben altijd wel heel erg bewust geweest van: wat zijn de dingen die moeten gebeuren, en wat zijn de dingen waar ik heel veel energie van krijg. En die batterij, die moet je heel erg in balans houden. En dat is denk ik eigenlijk ook bijna misschien wel een soort van systematiek voor iedereen: hoe ziet je werk eruit en wat zijn de dingen waar je heel veel energie van krijgt? Want daar wil je eigenlijk als mens veel meer van doen.

Wat zijn de activiteiten waar je energie van krijgt en waar je AI voor gebruikt? En zijn er dingen die je vroeger deed en nu niet meer doet?

Het zit bij mij – ik vind dat, ik krijg deze vraag best wel veel: waar gebruik jij dan AI voor? En het is bij mij – ik zit al zo in die robo-samensmelting dat het soms heel lastig te achterhalen is. Wat ik echt waar ik echt nooit AI voor gebruik – dat denken sommige mensen – als je mij op LinkedIn een berichtje stuurt, zit ik er altijd zelf achter. Daar zijn natuurlijk slimmere mogelijkheden voor. Maar dat vind ik sowieso belangrijk, heb ik ook nooit gedaan, maar dat zal ik ook nooit gaan doen. Ik vind juist ook – als ik een online meeting heb, daar gebruik ik een AI-notuleerder voor, maar dat helpt mij juist om vol zelf in dat gesprek te zitten. En daarna heb je gewoon je aantekeningen bij de hand zonder dat je ondertussen heel erg druk bent geweest met je aantekeningen. Dus ik kan zo één, twee, drie niet bedenken van: waar heb ik ooit AI voor gebruikt en wat doe ik nu niet meer per se. Het is meer dat ik sowieso al vanaf het begin hele bewuste keuzes maak in: waar doe ik het wel en waar doe ik het niet. En ik moet wel zeggen dat als ik nu kijk naar sommige stukjes – soms kom ik wel eens tegen van vier jaar geleden of zo, wat ik dan samen met AI heb gedaan, en dan vind ik het zelf ook tenenkrommend. Ik vind het tenenkrommend en ik moet tegelijkertijd altijd heel erg om lachen. Maar ik denk ook: dit is exact de reis die iedereen hier te nemen heeft. Ik denk als iedereen inderdaad een keer een stukje van tekst van jaren geleden terugziet en wat je dan samen met AI hebt gedaan – en toen was je er echt super trots op, en toen vond je het niet beter kunnen – en nu denk je echt: het ruikt er vanaf. Maar heel eerlijk, ik denk dat als ik ook kijk naar bijvoorbeeld werk wat ik heb gedaan, stukken die ik heb geschreven van tien jaar geleden, die vind ik ook niet meer zo briljant als wat ik ze toen vond. Dus dat is eigenlijk ook je eigen ontwikkeling.

Is er iets wat jij geschreven of gedaan hebt met AI waar je achteraf dacht: oei, daar had ik niet aan moeten beginnen?

Ik had wel een paar maanden geleden dat ik ook van – op sommige stukjes van de werkdag was eigenlijk de batterij al gewoon helemaal vol. Of in ieder geval de andere kant op eigenlijk gewoon leeg. En dat ik echt dacht: ja, maar ik moet nog een paar dingen doen. En dat had ik dan voor mezelf bedacht. En toen merkte ik op een gegeven moment dat ik daar dus eigenlijk misschien een beetje te veel AI voor ging gebruiken. Om eigenlijk – oh, dat gaat het sneller. En ik begon eigenlijk – daar heb ik echt een aantal keer echt flink mijn neus opgestoten. Ik begon met drie goede ideeën. En dat werden er uiteindelijk vijftig. En toen was het probleem nog groter geworden. Toen ik eigenlijk had gedacht: ik ga het even makkelijker maken, want ik ga hem uitwerken. Uiteindelijk werd het – en toen dacht ik op een gegeven moment ook, na een uurtje: de energie was al op, maar die was toen echt helemaal uit mijn lijf gedreven, dat ik echt dacht van: ik moet het even laten bezinken. Ik denk dat dit niet helemaal de manier is dat het werkt. En ik ben dat uiteindelijk – ik ben dat ook echt een naam gaan geven. Dan komt er een soort van AI-diarree. Dan denk je echt: ik ben goed bezig, want dat kan AI heel snel doen. Dat je bijna denkt: nou, ik krijg het toch wel even mooi voor elkaar om er toch nog iets van te maken. Maar vervolgens merk je eigenlijk dat als je dan een moment uit die verstandsverbijstering bent: dat is eigenlijk niet per se heel veel beter geworden. Opeens heb je twintig plannen erbij, die je niet eens van plan was om te maken, maar die staan dan wel allemaal op papier. Ik ben dan ook nog wel – daar betrap ik mezelf ook op – dat ik dan: hij is nog antwoorden aan het genereren, en dan heb ik eigenlijk alweer tien vervolgvragen klaarstaan. En dan ben ik al aan het typen. En ik doe tegenwoordig praten, doe ik eigenlijk heel veel. Maar dat is eigenlijk nog verraderlijker. Want je bent eigenlijk al die knop weer aan het indrukken terwijl het maar door gaat op je scherm, weet je wel. Dus dan ben je eigenlijk ook in tien minuten heb je echt wel honderd nieuwe ideeën erbij. Dat helpt je eigenlijk helemaal niet. En dat was ook mijn conclusie: als ik al een beetje moe ben en de batterij is leeg, dan heb je dus eigenlijk minder scherp wat je dus eigenlijk probeert te doen. En dan merk je dus eigenlijk dat je per se geen hele optimale combinatie uit kan halen – dat gaat het dan niet voor je oplossen. Want uiteindelijk had ik wel honderd ideeën, maar eigenlijk ook honderd ideeën waarvan ik dacht: het schaalt eigenlijk je probleem. Ik krijg alleen maar meer problemen. Je moet eigenlijk echt even weg, even weggaan.

Je hebt met organisatieverandering te maken en veel mooie vragen in je boek staan. Ik was nieuwsgierig: je hebt een team nodig om die veranderingen aan te gaan. En je schrijft over een AI-expeditieteam. Wat voor teams kom je nou zoal tegen? Hoe zien die teams eruit die die verandering aangaan?

Ja, ik geloof uiteindelijk dat dat gewoon echt prima als een soort van bijrol in de organisatie zelf belegd kan worden. En vaak is nu die kennis nog niet helemaal. En het zijn ook echt wat mij betreft helemaal niet fulltime functies of mensen die daar dagen van hun tijd aan moeten besteden. Maar daar zit eigenlijk ook dat stukje verantwoordelijkheid in. En je hebt eigenlijk vanuit verschillende hoeken dat team nodig die uiteindelijk die olievlek in de organisatie kan gaan verspreiden. Dus dat kan iemand zijn van IT, dat kan iemand zijn van HR, dat kan iemand zijn van juridisch, dat is iemand vanuit MT of bestuur. En waarschijnlijk ook gedurende hoe je dit gaat doorlopen als ontwikkeling, ook een ander groepje gaat vormen. Dus het is niet per se een soort van vaststaand feit, wat mij betreft. Ik had daar de laatste ook over geschreven op LinkedIn. Er wordt heel snel gedacht vanuit organisaties: huren wel het een en ander even in en dan hebben we het even geregeld en dan komt het daarna wel vanzelf goed. Nee, op het moment dat je het in blijft huren, dan mis je vaak de stevigheid neerzetten in je eigen organisatie. En je kan prima even wat extern inhuren, maar wel vanuit de combinatie dat je ook intern gaat verstevigen. Want als de expertise uiteindelijk weer met dezelfde gang de deur uitloopt als waarmee hij binnen is gekomen, ja dan sta je alsnog met dezelfde lege handen als waar je op dat moment daarvoor al stond.

Je zegt in het boek heel vaak dat AI te belangrijk is om niet zelf te kunnen. Wat heeft het boek uiteindelijk niet gehaald tijdens het schrijfproces?

Ik heb voordat ik begon – dit is dan mijn focuskant – ik heb een heel uitgebreid boekvoorstel geschreven. En eigenlijk heb ik daarin al gelijk meegenomen: hier gaat hoofdstuk één over, hier gaat hoofdstuk twee over. Dus die verhaallijn stond eigenlijk al. Dus toen ik echt begon te schrijven, kon ik eigenlijk heel braaf gewoon hoofdstuk één, hoofdstuk twee. En soepel ging het natuurlijk helemaal niet in de praktijk. Ik ben begonnen dat ik dacht: ik moet even een goed beginnetje maken. Toen ben ik twee weken naar Spanje gegaan, heb ik mezelf opgesloten in de zon. En toen dacht ik: nou, laat het maar komen. Toen heb ik ook echt heel veel geschreven. Toen heb ik ook wel echt de eerste twee hoofdstukken geschreven. Toen dacht ik ook: nou, lekker begin, weet je wel. Maar toen nam de agenda het weer even over. En toen merkte ik: toen was ik denk ik echt een maand niet aan schrijven toegekomen. Ik denk: oké, dit moet anders. Dit moet meer onderdeel worden van de werkweek. Dus toen ben ik gaan kijken: kan ik het elke week gewoon als blok in mijn agenda zetten. En ik mag het wel verschuiven, maar dan naar een ander moment die week. En als ik dat nou de komende maanden vol hou – ik geloof dat ik altijd systemen nodig heb. Dat werkt bij mij in mijn werk altijd heel goed. En ook in mijn hoofd van: als het er maar gewoon staat en het wordt een gewoonte en het staat in de agenda en het wordt een systeem, en ik commit mezelf daar gewoon op om het gewoon te doen. En er mag flexibiliteit in zitten, maar niet helemaal eruit. Want dan werkt dat gewoon. Maar toen merkte ik dus – toen ik een maand niet had geschreven, toen dacht ik, het ging hoofdstuk één en twee teruglees, dacht ik: dat vind ik nu allemaal heel anders. Toen ben ik het toch weer helemaal opnieuw gaan schrijven. Maar toen dacht ik dus ook: ja, maar als je dus heel lang weer naast je neer legt, dan ga je weer dingen weer doordenken en doorontwikkelen. En dan wordt het dus heel erg anders. Dus ik heb uiteindelijk wel – ik weet niet meer exact wat ik heb geschrapt, maar ik weet wel wat ik heb gedaan – ik ben eigenlijk weer heel erg de lijst erbij gaan leggen: waar wou ik dat hoofdstuk één over ging? Want het gevaar is inderdaad dat allemaal zijpaden ontstaan en dat je eigenlijk tien boeken in één keer aan het schrijven bent. Dus zo ben ik eigenlijk het boek doorgegaan. En het grappige is: Fab 5 zit natuurlijk als rode draad eigenlijk door het boek, maar dat is eigenlijk de lijn die ik er op het laatst nog doorheen heb gezet, omdat ik dacht: er moet eigenlijk meer een soort van stappenplan en rode draad nog doorheen om het nog makkelijker te maken. Ik ben eigenlijk constant wel ervan uitgegaan: ja, het is een boek wat aanzet tot nadenken en ook wel weer een bepaalde denkwijze en visie de wereld inbrengt. Maar ik wou ook dat er ook heel veel praktische dingen in staan. Dus zie je ook heel erg in die kaders en in die vragen die gesteld worden. En hoe kan je dit nu praktisch aanpakken? En hoe kan je dit nou op deze manier eigenlijk snel inzetten. Dus dat is eigenlijk die Fab 5 – in ieder geval als rode draad is als laatste. Dat is de laatste weken er eigenlijk nog bij gekomen.

Je hebt ook een aantal mensen geïnterviewd voor het boek. Wat was nou voor jou het meest verrassende?

Ik heb bijvoorbeeld Zonneplan en Bol.com geïnterviewd. Die zitten allebei eigenlijk een beetje aan die klantenservicekant in die casus in het boek. En wat ik bij hun eigenlijk wel gelijk heel mooi vond – en dat wist ik natuurlijk niet van tevoren helemaal honderd procent – maar dat ze eigenlijk al vanuit de aanpak al heel erg vanuit die mens en die klant zijn uitgegaan. En daar eigenlijk AI op zijn gaan toepassen: hoe kunnen we het voor hen beter maken? En tegelijkertijd voor onszelf. En vaak is het dat er vaak andersom wordt gedacht: we kunnen het beter maken voor onszelf, en dat dan de rest daar niet mee geholpen, dan maakt dat niet uit. Maar eigenlijk maakt dat dus wel uit. Ik denk ook: het moment dat je hem inderdaad andersom gaat ontwerpen, dat er dus ook andere uitkomsten uitkomen en andere aanpakken dan dat je echt alleen maar voor jezelf eerst gaat kijken. Ik denk dat daar de waarde zit: je moet in het perspectief van de ander naar het vraagstuk kunnen kijken. En daarom is die diversiteit denk ik ook zo belangrijk. Dat je dus niet vanuit je eigen optiek alleen naar het vraagstuk moet kijken, maar vanuit meerdere optieken ernaar moet kijken. Want ik vind ook: als je alleen maar jezelf te geholpen bent en uiteindelijk je hele stakeholdergroep en je eindklant niet – wat heb je er dan mee bereikt? Want dan ben jij blij voor nu, maar de rest eromheen niet. En wat betekent dat dan voor volgend jaar hoe je erbij staat? Dan heb je er niet mee gewonnen. Dan verplaats je dit probleem.

Je bent heel enthousiast over de technologie. Zijn er dingen waar je 's nachts van wakker ligt rondom deze technologie?

Wat ik vooral de laatste maanden heel erg ingewikkeld vind – en ik lig niet heel snel 's nachts wakker, ook niet per se, maar hier krijg ik wel buikpijn van – is dat ik wel merk: er wordt sowieso heel snel in de wereld van AI verkocht: alles kan in een knip met de vingers. En nu vooral in de wereld van vandaag dat er ook wel heel veel wordt verkocht: je kan in vijftien minuten je eigen app of je eigen site of je eigen tooltje bouwen. En dat vind ik zo moeilijk. Want ik zie dat er heel veel wordt aangerommeld met zulke dingen. En dat er heel veel data in komt van andere mensen die daar geen toestemming voor hebben gegeven. Dat er heel snel wordt aangenomen: ja, maar die security en die dataopslag, dat zal wel oké zijn. Terwijl ik eigenlijk ook gewoon – misschien weet ik er iets meer van, ik ben geen developer en ik zit ook niet aan die kant, maar ik snap wel hoe dit aan de achterkant werkt. Ja, weet je, die builders, die geven gewoon garantie tot de voordeur, niet verder. Dus als daar vervolgens alles aan is geknoopt, omdat ze daar ook gewoon gebruik van maken – zij denken: ja, daar branden wij onze handen niet aan. En ik vind het gewoon heel erg ingewikkeld dat je dingen voor jezelf maakt met je eigen data en je eigen gegevens. Weet je, hartstikke mooi, dat je daar ook dingen van leert. Maar als je met andere mensen data gaat aanrommelen en dat ook nog anderen gaat leren – ik krijg echt buikpijn daarvan. Dat vind ik echt heel erg ingewikkeld. En dat zie ik dus wel echt heel erg in de wereld van vandaag nu gebeuren met die app-builders. En een jaar geleden ook met die N8N workflows en Make.com. Je kan een e-mailtje automatisch laten versturen. Kijk, hier heb je mijn template, vraag hem maar aan. En denk: ja, maar dan moet je er ook bij zeggen dat je daarmee een koppeling met de e-mail maakt. En dat die data dus ook van beide kanten wordt ingelezen. En dus je eigen data daar niet vervolgens in wordt gezet, maar ook de data van jouw opdrachtgevers, je klanten en iedereen die in jouw mailbox zit. Maar dat wordt er allemaal niet bij gezegd. Want dat weet ze misschien zelf ook niet, degene die die template in elkaar hebben geknutseld. Het zijn halve verhalen die verkocht worden, halve waarheden. En dat vind ik dus heel erg ingewikkeld. Dus durf af te pellen, durf door te vragen: moet ik dit wel gebruiken? Hoe zit het met de dataveiligheid?

Wat heb je wel voor jezelf gemaakt met behulp van AI, wat jouw werk een stuk makkelijker heeft gemaakt?

Nou ja, wat ik de afgelopen jaren veel meer ben gaan doen, is eigenlijk veel meer een soort van leeromgevingen achterlaten na sessies of een aantal sessies. Zodat er ook eigenlijk in de praktijk veel op een makkelijke manier veel meer meters gemaakt kunnen worden. Nou, dat is eigenlijk in de loop van de jaren steeds verder geprofessionaliseerd. En dat is eigenlijk nu een leeromgeving-achtig iets. Er zit geen vertrouwelijke of gevoelige data in, maar gewoon wel heel veel praktische voorbeelden. Ik zeg ook altijd: dat krijgt gewoon iedereen bij mij. Of je nou een inspiratiesessie hebt gevolgd of heel traject of een sessie of een workshop of wat dan ook. Ik wil altijd iets achterlaten, waardoor het gewoon makkelijker wordt in de praktijk om het ook gewoon aan te pakken. Want waar loopt het naar de praktijk vaak vast? Maandag is het leven gewoon weer opnieuw begonnen. De agenda staat weer vol, de inbox is weer volgestroomd. Dus als je dan nog weer dingen moet uitzoeken, daar strandt het vaak op. En als je eigenlijk gewoon een makkelijk iets hebt waar je naartoe kan gaan van: oké, deze stappen kan je even volgen, op deze manier kan je het wat meer integreren in je werk, zo kan je het aanpakken – mensen onthouden gewoon niet zo heel erg veel. Dus op het moment dat daar gewoon even een gedegen fundament ligt, daar geloof ik heel erg in. En dat is dus wat ik de afgelopen jaren steeds meer met AI ben gaan bouwen. Dus niet voor anderen. Ik zeg ook altijd: ik kan best bouwen, maar ik vind het gewoon niet zo leuk om te doen. En ik ben ook geen app-builder, zeg ik altijd. Ik vind ook wel: schoenmaker bij je eigen leest. Maar dit soort dingen, dat vind ik wel – dat vind ik ook wel leuk om mee te experimenteren. Omdat je daarmee ook ondervind je zelf ook weer: waar zit de rek in de mogelijkheden en waar ga je tegenaan lopen. Wat ik dus de laatste – ik vind het altijd heel leuk om modellen te tekenen. Nou, dat zie je ook in mijn boek, maar dat is eigenlijk nog verder doorgeschoten de afgelopen jaren. Inmiddels is het eigenlijk al een hele methodebibliotheek aan het worden. Maar daar maak ik dus ook heel erg gebruik van AI. Ik kan het ook allemaal zelf tekenen, maar ik vind eigenlijk de AI's van de afbeeldingencreators, vind ik eigenlijk de afgelopen jaar zo goed geworden dat ik er niet tegenop kan tekenen, bij wijze van spreken. En ik heb hem eigenlijk nu zo strak ingericht dat ik vaak alleen maar even heel duidelijk moet schetsen: dit moet erin komen. Ik doe wel altijd met referenties van: hier heb je een voorbeeldje zodat hij die lijnen goed pakt. Ook al heb ik dat helemaal al tienduizend keer straks erin gezet met skills en instructies. En ik merk: het blijft wapperen, zeg maar. Je krijgt het nooit helemaal zo strak als je wilt. Maar ja, daar maak ik dus ook heel veel gebruik van. Er staat inmiddels LinkedIn ook helemaal vol ermee, zijn heel herkenbaar. Het zijn eigenlijk ook meer een beetje – ik zeg altijd, het zijn eigenlijk bijna systeemplaten wat ik daarmee samen met AI gecreëerd heb. Dus het is bijna wat in mijn hoofd gebeurt, hoe ik dingen zie, hoe ik het weer plat sla naar organisatie en teamniveau. Dat kan ik eigenlijk nu met AI dus heel makkelijk eigenlijk ook nog visueel weergeven.

Over de gast

Lizzy Prins
Lizzy Prins
Auteur, Trainer & Adviseur bij High Potential Factory

Lizzy Prins heeft een achtergrond in HR en organisatieontwikkeling en koppelt die expertise al meer dan twaalf jaar aan de toepassing van AI op de werkvloer. Ze begeleidt organisaties en teams bij het maken van bewuste keuzes over hoe AI bijdraagt aan effectiever werk, zonder dat het simpelweg bovenop bestaande taken wordt gestapeld. Daarnaast schreef ze het boek *Van Homo Sapiens naar Robo Sapiens*, waarin ze een praktisch stappenplan beschrijft voor organisaties die AI structureel willen integreren.

Bekijk gastprofiel

Transcript

In deze aflevering spreken we met Lizzy Prins, organisatieadviseur bij High Potential Factory en auteur van het boek van Homo Sapiens naar Robo Sapiens. Lizzy heeft meer dan 12 jaar ervaring in HR en organisatieontwikkeling en koppelt die achtergrond nu dagelijks aan AI op de werkvloer. Ze ziet één patroon dat ze overal tegenkomt. Organisaties gooien AI bovenop het bestaande werk en verwachten dat de winst van zelf komt. Dat gebeurt niet. Hoe los je dat op? Dat bespreken we met Lizzy. Joop: Leuk dat je weer luistert naar een nieuwe aflevering van AIToday Live met in de studio vandaag, Lizzy Prins. Joop: Zij heeft onder meer het boek geschreven van Homo Sapiens naar Robo Sapiens. Joop: Daar gaan we het zeker over hebben, maar ik denk nog wel veel meer. Joop: Mijn naam Joop Snijder. Niels: Info Support, mijn naam, Niels, Area Lead Data & AI bij Info Support. Joop: Lizzy zou je je eerst willen voorstellen aan de luisteraar. Lizzy: Dat wil ik, is altijd wel een ingewikkelde vraag. Lizzy: Ik krijg ook stel de vraag van wat doe je dan allemaal precies en wat heb je gedaan. Lizzy: Ik zeg altijd van eigenlijk altijd eerder uitgepraat als we het hebben over wat ik niet doe gedaan. Joop: Laten we dan doen op het gebied van AI. Lizzy: Ik heb eigenlijk wel redelijk consistent in lijn hoor, als ik hem echt plat sla, ik heb een achtergrond in HR en organisatieontwikkeling, ook een master in organisatieontwikkeling. Lizzy: En dat heb ik de afgelopen jaren aan AI gekoppeld. Lizzy: En waar ik wel jaren geleden in de beginfase echt merkte van, het gaat nog heel erg over de technologie, wat is het, wat kan het. Lizzy: En daar hebben mensen eerst ondersteuning nodig. Lizzy: Toevallig heb ik daar zelf ook heel veel ervaring mee. Lizzy: Ik ben al twaalf jaar, dertien jaar, misschien inmiddels 14 jaar met de technologie bezig. Lizzy: Dus daar ben ik in de eerste instantie ook ingesprongen, maar ik merkte al wel vrij snel van, ik wou eigenlijk al heel snel die verbinding maken naar dagelijkse werk. Lizzy: Omdat ik dacht van ja, we kunnen heel lang over AI hebben, wat het allemaal kan en wat het doet. Lizzy: Maar op het moment dat we er morgen niet per se beter van worden, dan hebben we er eigenlijk niks aan. Lizzy: Dus dat is eigenlijk langzaam steeds meer ontwikkeld tot wat ik vandaag de dag doe. Lizzy: Dus ik doe nog steeds heel veel sessies op het gebied van AI, maar wel altijd de koppeling naar dagelijkse werk. Lizzy: Ik werk ook eigenlijk met name altijd met wat er al op dit moment is, want er is vaak al heel veel. Lizzy: Dus ik zeg altijd, ik ga geen tooltjesshow houden, want ik vind dat zelf eigenlijk helemaal niets toevoegen. Lizzy: Dat kan je ook de hele dag zoet mee zijn, daar hoef je mij niet voor in te huren. Lizzy: Ik doe ook regelmatig organisatiebegeleiding. Lizzy: Dus echt een beetje op het organisatie ontwikkelstuk op het veranderstuk. Lizzy: Spreek regelmatig op grote podia. Lizzy: Ik heb een boek geschreven, inderdaad, jurylid van de AI Awards de afgelopen jaren. Lizzy: Dus eigenlijk een hele wisselende agenda. Lizzy: En dat maakt het voor mij eigenlijk ook heel erg leuk. Lizzy: Er zit een hele stevige lijn in, wat mijn focus is. Lizzy: Maar de toepassing daarvan is eigenlijk op heel veel verschillende lagen en op heel veel verschillende gebieden. Joop: En verandering, je boek heet van Homo Sapiens naar Robo Sapiens. Joop: Dat klinkt nogal als een grote verandering. Joop: Ja, het klinkt ook echt als een hele lange naam kom ik af je niet te vaak uitspreken. Lizzy: Dat is ook wel een beetje mijn trend. Lizzy: In alles wat ik doe. Joop: Ik bedenk lange namen. Joop: Ik was wel benieuwd naar wat is dan de Robo Sapiens. Lizzy: Nou, voor mij is de Robo Sapiens echt een samensmelting en dat klinkt dan gelijk misschien weer een beetje eng. Lizzy: De samensmelting, maar eigenlijk de combinatie mens en AI. Lizzy: Ik geloof echt dat AI echt een soort van katalysator kan zijn voor dat we werk weer op een andere manier mogen vormgeven. Lizzy: Dat we weer opnieuw mogen bedenken van waar wil ik eigenlijk van toegevoegde waarde zijn. Lizzy: En waar kan ik dingen makkelijker maken, versnellen. Lizzy: En waar zijn dingen die eigenlijk helemaal niet zo leuk zijn. Lizzy: En hoe kan ik daar slim gebruik maken van de mogelijkheden die er zijn. Lizzy: En dat was de afgelopen jaren ook al zo voor AI. Lizzy: Maar ja, veel beperkter en ook veel meer beperkt tot een bepaalde groep. Lizzy: En ik denk dat het voordeel van AI wel echt is dat dit eigenlijk nu voor iedereen tot de beschikking staat, en eigenlijk op een hele makkelijke laagdrempelige manier. Lizzy: Dus voor mij is echt Robo Sapiens eigenlijk die combinatie mens en AI. Lizzy: En dat is eigenlijk bijna misschien wel een puzzel van duizend stukjes, in plaats van je kan heel makkelijk die tweedeling maken. Lizzy: Nee, het gaat eigenlijk misschien wel om een puzzel van duizend stukjes, waar je eigenlijk op millimeterwerk constant kan kijken. Lizzy: waar mens en waar AI. Lizzy: En daar staat Robo Sapiens voor mij ook voor. Lizzy: De titel was er eigenlijk ook eerder dan het boek, het boek is ontstaan uit de titel, grappig. Joop: Ik kreeg wel bij Robo Sapiens toch wel iets van robot-achtige. Lizzy: Dat is dus eigenlijk een beetje bewust gedaan om eigenlijk ook wel een beetje te schuren, ik zie het ook echt als die evolutie, die kant op. Lizzy: En daar is die eigenlijk ook op bedoeld, van toen ik die titel eigenlijk bedacht had, en toen zag ik ook dat plaatje voor me. Lizzy: Misschien hebben jullie ook wel eens gezien: de evolutie van de aap daarna de oermens en het holbewoner en de mens en dat zag ik een beetje voor me. Lizzy: En toen dacht ik, daar komt eigenlijk nu een hele stroming achteraan. Joop: Het boek, daar zeg je juist heel vaak dat het om de mens gaat. Joop: Dus is dat niet dan een beetje een tegenstelling. Lizzy: Ja, dat is het inderdaad. Lizzy: De lijn van het boek is inderdaad ook dat het over de mens gaat. Lizzy: In principe gaat het wel over AI, maar niet over per se de technologie. Lizzy: Daar ben ik eigenlijk heel erg van weg gebleven, bewust ook. Lizzy: Omdat ik dacht, van ja, daar zijn eigenlijk al genoeg boeken over. Lizzy: En voor mij gaat het eigenlijk veel meer om het transformatiestukje en ontwikkelstuk daaromheen. Lizzy: Maar ik heb in het boek wel heel bewust meegenomen. Lizzy: Dit is eigenlijk het vraagstuk wat je kan meepakken. Lizzy: En hoe ga je dit nou op de werkvloer eigenlijk aanpakken. Lizzy: Dus daar is eigenlijk dat AI-stuk op die manier ingekomen. Niels: En je zegt op de werkvloer aanpakken. Niels: Als we die eens wat verder afpakken. Niels: Hoe pakken we dat dan aan op de werkvloer? Lizzy: Wat ik nu heel veel zie, en ik denk dat dat voor heel veel luisteraars ook wel herkenbaar is, is dat er een soort van snelle gewoonte ontstaat. Lizzy: Van AI is op de werkvloer, of we dat nou met elkaar hebben bedacht of niet. Lizzy: Of we daar al plannen voor hebben gemaakt of niet. Lizzy: Het is nu aan alle kanten. Lizzy: Dat is gewoon een realiteit waar we vandaag de dag nu mee te maken hebben. Lizzy: Maar vaak bovenop het werk erbij gezet of gegooid. Lizzy: En vaak wel met de aanname van oh dan komt het vanzelf wel goed. Lizzy: En dan gaat het vanzelf wel winst opleveren. Lizzy: En dan gaat het vanzelf wel mooie dingen doen. Lizzy: En dat gebeurt niet automatisch. Lizzy: En eigenlijk is dat ook logisch. Lizzy: Want op het moment dat je het bovenop het huidige werk gooit. Lizzy: En dat zie je natuurlijk nu ook in heel veel verschillende onderzoeken naar voren. Lizzy: Dan kan het ook heel snel nog drukker worden dan dat het al was. Lizzy: TNO komt is de afgelopen maanden natuurlijk mee naar buiten gekomen. Lizzy: Mens ervaren nog meer werkdruk door AI. Lizzy: Ja, logisch, als het bovenop dat werk gooien. Joop: Dat is anders dan de belofte. Joop: De belofte is juist dat we efficiënter minder hoeven te doen. Joop: Waar ligt dat dan, denk jij? Lizzy: Als we als we het bovenop dat werk zetten en we passen niks aan. Lizzy: Dan is het een ene is twee gewoon drukker. Lizzy: Dus op het moment dat we eigenlijk hetzelfde blijven doen en daar gaan we AI voor gebruiken, dan wordt het niet automatisch als een soort van magische toverstaf, alles wordt efficiënter. Lizzy: Wat ik vooral ook heel veel in Teams nu zie, is dat er omdat snelheid nog makkelijker is geworden. Lizzy: Ja, eerder leverden we misschien één rapport aan op een bepaald onderwerp. Lizzy: Maar nu doen we misschien wel vijf of tien verschillende versies. Lizzy: Eerder gingen we met twee ideeën aan de slag. Lizzy: En nu gaan we er als je toch hebt met 50 of honderd aan de slag. Lizzy: Dus het kan ook eigenlijk dingen gaan versnellen die helemaal niet zo handig zijn om te versnellen. Lizzy: En ik denk ook dat we vaak op de werkvloer ook een beetje vergeten. Lizzy: Het is een hele lastige vraag natuurlijk. Lizzy: Maar tegelijkertijd echt zo belangrijk. Lizzy: Ik zeg altijd, van eigenlijk zou iedereen aan het begin van de dag moeten weten. Lizzy: Wat is het allerbelangrijkste wat ik vandaag heb te doen en waar draagt dat dan aan bij. Lizzy: En dat is natuurlijk een hoge alert en hoge energievraag. Lizzy: Maar eigenlijk in de kern wel, hoe we het meest effectief met elkaar bereiken wat we te bereiken hebben. Niels: Ik ook hoor, ik zet er AI even in om een trigger te zijn dat ik het niet vergeet, zeg maar. Niels: Dus ik heb gewoon een begin of day script, inderdaad, die dat soort zaken uitvraagt. Niels: Om mij daarin te motiveren. Niels: Daadwerkelijk de tijd voor te pakken, inderdaad. Lizzy: En tuurlijk, ik ben ook mens. Lizzy: Dus ook, ik betrap mezelf op dat ik af en toe dingen aan het doen ben dat ik denk, waarom waarom? Lizzy: Het is heel leuk. Lizzy: Leidt helemaal nergens toe, in ieder geval niet voor de komende periode. Joop: Maar hebben we dat niet soms ook gewoon nodig? Joop: A dingen werken die leuk zijn. Joop: Waarbij je nu misschien nog niet weet waarom je dat later nodig gaat hebben. Lizzy: Nou ja, absoluut. Lizzy: Want dat merk ik ook bij mezelf. Lizzy: Dat soms ben ik echt al dingen aan het aan het aan het opschrijven, uitzoeken, bijna aan het bouwen, zeg maar. Lizzy: En dan heb ik al hele concepten en hele plannen klaar. Lizzy: En dan denk ik, nee, niet voor nu. Lizzy: Maar vaak zijn dat toch wel weer zeg maar de concepten die dan over een jaar of twee jaar uiteindelijk in een andere vorm weer uit de kast komen en dan net weer even met een andere hoek erop. Lizzy: En dan wel tot het plan van dan komen. Lizzy: Dus ik merk wel, het is nooit weggegooide tijd. Lizzy: Maar het is wel een soort van, je moet wel constant alert zijn dat je aan de juiste dingen werkt. Lizzy: Maar tegelijkertijd, we kunnen niet constant acht uur per dag of negen uur of hoe lang de werkdag dan ook is productief zijn en effectief. Lizzy: En we hebben natuurlijk ook die batterij moet ook gewoon voldoende opgeladen blijven. Lizzy: En ik schrijf dat ook in mijn boek en ik zag dat ook van de week ergens op LinkedIn voorbij komen. Lizzy: Op het moment dat AI nog meer dingen gaat versnellen. Lizzy: En eigenlijk de makkelijke dingen meer gaat uitfaseren voor ons, dan blijft eigenlijk zwaarder. Lizzy: En energetische werk over, dat hou je überhaupt niet meer vol, acht uur of negen uur per dag. Lizzy: En ik vind zelf sowieso wel een beetje een illusie dat we altijd hebben gedacht dat we acht uur of negen uur per dag vol focus, vol energie rennend de werkdag door kunnen komen. Lizzy: Ja, dat red je één dag, maar de volgende dag lig je er gewoon af. Lizzy: En dat vind ik ook wel, van dat heb ik ook in mijn boek meegenomen. Lizzy: Van dat vind ik ook wel het gevaar: of in ieder geval, daar moeten we wel bewust van zijn. Lizzy: Op het moment dat dingen de makkelijke dingen versneld kunnen worden, wordt ons eigen werk zwaarder en energetisch heftiger. Lizzy: Dan betekent het ook dat we ook moeten gaan kijken: hoe realistisch is dat dan dat die werkdagen nog zo vol zit. Lizzy: Ik vergelijk dat vaak ook een beetje met toen we toen we door corona allemaal thuis kwamen te zitten. Lizzy: En toen zaten we ook sommige mensen zaten echt gewoon hele dagen meetings en meeting en meeting en meeting. Lizzy: Op een gegeven moment na een paar weken dacht je, dit is niet te doen. Lizzy: Ik heb gewoon tijd om tussendoor adem te halen nodig. Lizzy: Want je denkt dan. Lizzy: Ja, maar ik zit toch thuis, want we kunnen niet naar kantoor, want dat mag nu niet. Lizzy: Ja, dan moeten gewoon de meetings door. Lizzy: Maar tien meetings op zo'n dag, van die digitale meetings, dan hou je gewoon niet vol. Lizzy: Je kon niet meer nadenken. Lizzy: Je vergat te ademen, je vergat te eten, de energie, je was echt gewoon kapot. Lizzy: Terwijl je echt denk van ja, maar ik heb eigenlijk alleen maar in meetings gezeten. Joop: Maar met jouw HR-achtergrond, wat zou je dan nu adviseren hoe we dan ook wat langzamer dingen moeten gaan doen in het werk. Joop: Want uiteindelijk, zeg maar die druk die is er, dus die wordt gegeven. Joop: Dus hoe zorg je dan als team, als afdeling dat je dat je gezamenlijk dus op de slimme manier omgaat. Lizzy: Ik denk als eerste dat onze automatisme al is. Lizzy: Als ze dus een paar uurtjes vrijkomen, dan willen we die automatisch invullen met andere dingen. Lizzy: Nou, dan is al het gevaar dat je die in gaat vullen met andere dingen die er misschien ook niet zo toe doen, dan win je er ook niet per se wat mee. Lizzy: En het gevaar zit er natuurlijk in de kern in. Lizzy: Dat je iets wat vrijkomt gelijk wil invullen. Lizzy: Terwijl het ook gewoon oké is om dan te zeggen, ja, we kunnen ook gewoon even niks doen. Lizzy: Kijk, op teamniveau. Joop: En hoe ziet dat niks doen er dan uit? Lizzy: Ik denk ook, want het is ook niets mis mee dat je een keer eerder naar huis gaat. Lizzy: Of zegt ze nou, ik ben vanochtend vroeg begonnen. Lizzy: Ik vind het wel even mooi voor geweest. Lizzy: Voor vandaag. Lizzy: Of je denkt, van eigenlijk ben ik gewoon qua energie gewoon eigenlijk een beetje een beetje vol. Lizzy: Het is gewoon genoeg. Lizzy: En ik denk dat we daar ook veel bewuster van mogen worden. Lizzy: Ik hoop ook uiteindelijk dat dit nieuwe tijdperk, ook het tij kan keren, dat productiviteit en effectiviteit per se in uren zit. Lizzy: Terwijl je ook kan zeggen, van ja, als iemand gewoon in de helft van de tijd gewoon oplevert wat de bedoeling is. Lizzy: En dat we daar met z'n allen eigenlijk blij van worden, ja, dan is dat eigenlijk ook gewoon de goede weg natuurlijk. Niels: Zie je dat al bij organisaties die verandering? Lizzy: Nee. Lizzy: En dit is denk ik ook van dit gaat een dit is bijna een systeemverandering. Lizzy: Hier moeten we misschien wel, hier gaan we misschien wel de komende tien, twintig jaar over doen. Lizzy: Kijk, op teamniveau is het denk ik wel belangrijk. Lizzy: Dat vroeg je natuurlijk, van om te kijken, van wat hebben wij eigenlijk als team nu als opdracht. Lizzy: Dus wat hebben wij nu eigenlijk qua taken en processen liggen? Lizzy: Wat is eigenlijk in de kern onze opdracht? Lizzy: Is ook altijd een leuke vraag aan een team. Lizzy: Wat is in de kern? Lizzy: Jullie missie, jullie bedoeling richting de organisatie. Lizzy: Nou, dat is ook altijd grappig dat weet bijna geen enkel team zo te benoemen, maar dat is eigenlijk ook weer zo'n vraag van. Lizzy: Wat ik ook veel zie is, ik ga nu een klein beetje een zijpad nemen, maar daarna kom ik terug. Lizzy: Is dat er vaak wordt geoptimaliseerd en wordt doorgebouwd op alles wat we ooit zo hebben bedacht. Lizzy: Maar wie zegt dat wat we ooit hebben bedacht, vandaag de dag nog de goede dingen zijn? Lizzy: En ik denk dat we veel meer op die manier naar het vraagstuk mogen kijken. Lizzy: Ik geloof eigenlijk zelf veel meer in. Lizzy: Wat is als team jullie bedoeling? Lizzy: En dat is gelijk een hele zware vraag, maar die kunnen we verder afbellen. Lizzy: Maar eigenlijk vanaf daar eigenlijk met een leeg canvas gaan beginnen. Lizzy: Oké, maar als dit dan onze bedoeling is, en we willen dit bijdragen voor nu en voor de toekomst van de organisatie en voor onszelf en voor onze mensen. Lizzy: Wat hebben wij dan te doen? Lizzy: En hoe ziet dat eruit? Lizzy: En wat en dan, wat hebben we dan liggen? Lizzy: En waar kunnen we misschien wel mee te stoppen? Lizzy: Of wat voegt eigenlijk helemaal niks toe. Lizzy: Maar hebben we eigenlijk al die jaren in stand gehouden. Joop: Maar als ik als ik toch, zeg maar even mag prikkelen. Joop: Is het niet een idealistisch beeld? Joop: Als ik nou kijk, zeg maar wat er in Amerika gebeurt. 215 Joop: Dan wordt gewoon gezegd, nou ja, als we dingen de hele van de tijd kunnen doen, dan gooi je gewoon het helft van het personeel eruit. 216 Joop: Waarom zou dat hier niet gebeuren? 217 Lizzy: Ik vind dat een beetje korte termijn denken. 218 Lizzy: En dat is natuurlijk ook wel een beetje de oude manier van management denken. 219 Lizzy: Van ja, als je meer met minder kan doen, dan kan je kost het uiteindelijk minder geld. 220 Lizzy: En dan is dat succesvoller. 221 Lizzy: Aan de andere kant is het korte termijn denken. 222 Lizzy: Dus dat kan voor nu werken. 223 Lizzy: Maar wie zegt dat je daar morgen overmorgen en volgend jaar nog succesvol mee bent. 224 Lizzy: En de realiteit is dat we al jarenlang in een hele snelle wereld zitten die doorontwikkelt. 225 Lizzy: En dat dat nu in de wereld van alleen nog maar nog sneller gaat. 226 Lizzy: Dus de kans dat dingen morgen al niet meer werken, die is alleen maar groter geworden. 227 Lizzy: Dus je hebt niet alleen je mensen voor nu nodig, maar ook je mensen voor morgen, overmorgen en de toekomst. 242 Joop: Want kijk, wij wij zitten in in de softwareontwikkeling onder andere. 243 Joop: En daar is ook een druk aan het ontstaan. 244 Joop: Want ze zien dat je met generative engineering kan je sneller ontwikkelen. 245 Joop: Dus wordt er ook meer gevraagd. 246 Joop: Dus je moet ook meer leveren in dezelfde tijd. 247 Joop: Ik ben het helemaal met je eens. 248 Joop: Er is rust nodig om namelijk goed te kunnen werken. 249 Joop: Maar dat zijn twee tegengestelde stromen. 250 Joop: Aan de ene kant. 251 Joop: Dus heel veel druk. 252 Niels: En aan de andere kant zeggen van ja, maar we moeten wel van moeten versnellen. 253 Niels: Want dat is iets gaat zo snel, de verandering gaat zo snel. 254 Niels: En je moet even stilstaan om eigenlijk de juiste kant op te gaan. 255 Lizzy: En druk kan ook verlammen. 256 Lizzy: En is alle druk even relevant. 257 Lizzy: Ik denk dat dat al de vraag is, die misschien ook wel weer de helft rust gaat terugbrengen in het beginsel. 258 Joop: Ik moet altijd denken aan aan de show van Herman Vinkers, die heet relax, maar rap een beetje. 259 Joop: We hebben het nu een beetje andersom van je moet rap, maar wel relaxed. 260 Lizzy: Dat die druk, eigenlijk die jullie noemen, ik denk dat heel veel mensen dat herkennen. 261 Lizzy: Het gaat zo snel in de buitenwereld. 262 Lizzy: En je hebt eigenlijk al zo snel het gevoel dat je achterloopt maar ik denk dat het de kunst is in die snelle wereld om eruit te pikken wat voor jou en jullie relevant is. 263 Lizzy: En je niet gek laten maken door die snelheid in de buitenwereld. 264 Lizzy: Omdat die druk kan echt gaan verlammen. 265 Lizzy: En daardoor ga je denk ik in snelheid verkeerde keuzes maken. 266 Lizzy: Terwijl het denk ik echt wel ergens de kunst is van in verbinding blijven met de relevante dingen voor jou en voor jullie in de buitenwereld. 267 Lizzy: En daar intern weer je eigen ding van maken. 268 Lizzy: En dan de balans blijven zoeken. 269 Lizzy: Van oké, hoe kunnen we hier slim mee om blijven gaan. 270 Lizzy: Want ik denk inderdaad ook niet dat we daar niet aan ontkomen. 271 Lizzy: En dat is ook een goede ontwikkeling. 272 Lizzy: Want we hebben nu al te maken met krapte op de arbeidsmarkt, gaan we de komende jaren nog meer mee te maken kijken. 273 Lizzy: We zijn afgelopen jaren enorm aan het verrijzen. 274 Lizzy: Gaat ook alleen maar extreem worden. 275 Lizzy: Dus we hebben ook manieren nodig om veel slimmer te kunnen werken. 276 Lizzy: Want het aantal handjes wat we wat we de afgelopen tientallen jaren hebben gehad, dat gaat gewoon echt anders worden. 277 Lizzy: Maar tegelijkertijd heb je ook wel gewoon de juiste mensen, de juiste talenten nodig die de juiste dingen doen voor vandaag, morgen, overmorgen en volgend jaar. 278 Niels: Absoluut. 279 Niels: Hoe help je dan organisaties om even stil te gaan staan? 280 Niels: Om hierover na te gaan denken? 281 Niels: Voor dat ze eigenlijk gaan rennen. 282 Niels: Want ik denk dat je vaak wordt ingeschakeld als ze juist al aan het rennen zijn van hoe gaat het nou en we moeten we moeten sneller, we moeten beter. 283 Niels: Hoe zorg je ervoor dat die organisatie weer even stil durft. 284 Lizzy: Ja, eigenlijk een van de eerste dingen waar ik de afgelopen tijd of de afgelopen jaren vooral mee begin, is eigenlijk eerst in het gesprek ook beginnen met in kaart brengen. 285 Lizzy: Wat gebeurt er nu allemaal op dit gebied. Lizzy: En vaak is eigenlijk het verhaal van we willen eigenlijk er meer uithalen. Lizzy: Of in ieder geval, we doen er al heel veel mee, maar we merken eigenlijk nog niet zo heel veel dat het echt iets oplevert. Lizzy: Nou, dat is natuurlijk vanuit management en bestuur niet zo'n lekkere combinatie. Lizzy: Dus we willen graag dat het uiteindelijk ook weer terug gaat lonen. Lizzy: En ze denken dan vaak, we moeten nog meer doen om er nog meer uit te kunnen halen. Lizzy: En vaak eigenlijk is, nou ja, ik zeg vaak maar eigenlijk is het denk ik in 99% van de gevallen is het is het tegendeel gewoon waar. Lizzy: Er gebeurt al te veel, waardoor het gewoon niet gefocust is, veel te versnipperd en dat het daardoor eigenlijk alle kanten op schiet. Lizzy: En vaak is ook niemand te verantwoordelijk voor. Lizzy: Dus dat vind ik ook altijd een interessante vraag in organisaties of in MT's van ja, wie pakt dit AI-stokje nu vast. Lizzy: Mensen lijken hun handen er bijna aan te branden. Lizzy: Want niemand wil hem vastpakken. Lizzy: Dus het is een beetje een soort van jullie toch. Joop: En wat is dan de reden, denk je dat niemand dat durft. Lizzy: Het is niet per se zeg maar een stokje die van één iemand is. Lizzy: En dat maakt het lastig. Lizzy: Want het is niet per se IT, het is niet per se MT, het is niet per se HR. Lizzy: Het is eigenlijk een taartstukje voor iedereen. Lizzy: Maar als ook niemand daar, zeg maar de lijm daartussen faciliteert. Lizzy: En ook gewoon duidelijk belegd. Lizzy: En zorg dat dingen vastliggen. Lizzy: van wie p dan welk deel van de taart, dan blijft het een beetje in het midden liggen. Lizzy: En dan blijft het ook een beetje een soort van gezamenlijke verantwoordelijkheid die wel lekker voelt. Lizzy: Maar uiteindelijk gezamenlijke verantwoordelijkheid. Lizzy: Dus over het algemeen geen. Lizzy: Dus dan gebeurt er eigenlijk ook een beetje heel veel dingen vallen daardoor tussen wel een schip. Lizzy: Dus eigenlijk het eerste wat ik doe is eigenlijk die twee dingen in kaart brengen. Lizzy: Wat gebeurt ze nu allemaal? Lizzy: Nou, dat is echt gewoon schrikbarend hoeveel daar vaak uitkomt. Lizzy: Echt een lijst van makkelijk 20, 30, 40, 50 dingen op dit gebied. Lizzy: Niet overal alles centraal, ook veel in hoekjes, maar echt als je alles in kaart gaat brengen. Lizzy: En dit is eigenlijk al een hele exercitie. Lizzy: Omdat dit zo verstopt overal. Lizzy: Ook niemand heeft het overzicht. Lizzy: En dan ga je de vervolgvraag natuurlijk met elkaar behandelen van oké, maar wie is dan waarvoor verantwoordelijk? Lizzy: Nou, ook niet. Lizzy: Dus het is heel erg overal en nergens. Niels: En hoe kan je wel dat op den duur ergens beleggen? Niels: Wat is er voor nodig om ze mee te nemen dat ze verantwoordelijkheid. Lizzy: Ik zeg altijd van die lijst van 20, 30, 40, 50 dingen, die moet voor nu voor de komende maanden teruggebracht worden naar maximaal vijf. Lizzy: Dat is echt wel rot oefening, natuurlijk. Lizzy: En dan zeg ik ook van daar gaan we dus nu met elkaar afspraken over maken met elkaar een ruimte in. Lizzy: Tegenwoordig noem ik het ook echt de concessieruimte aan waar kopen zonder kijken. Lizzy: Want hij is waanzinnig als concept. Lizzy: En dan zeg ik een kwartier. Lizzy: Want ja, weet je, je kan je ook de hele dag over praten. Lizzy: Want er is altijd wel iemand die dan vindt dat toch andere dingen weer voorrang moet krijgen. Lizzy: Vijf. Lizzy: En dan ook met elkaar wel de commitment van niet morgen of op moment dat we je nu met z'n allen de deur uitlopen, dat er opeens alweer een paar bij komen rollen. Lizzy: Er mogen alleen maar in een paar uitzonderingsgevallen mogen er dingen bij als er een aantal dingen afgaan. Lizzy: Maar je wil daar dus niet de hele tijd in sleutelen. Lizzy: En het is ook niet dat je die andere 20, 30, 40 dingen niet gaat doen. Lizzy: Maar die komen op een soort van prioriteitenlijstje. Lizzy: Die als je die drie maanden succesvol hebt afgerond met die focus, die kan je dan weer erbij pakken. Lizzy: Wat gaan we dan nu aanpakken? Lizzy: En zo kan je eigenlijk heel snel meters maken. Lizzy: En dan is het eigenlijk ook, dan wordt vaak ook zichtbaar. Lizzy: Van ja, eigenlijk resultaat en impact met AI behalen is helemaal niet zo ingewikkeld, maar het zit vaak veel meer in die focus. Niels: Ja, dat is inderdaad precies het woord dat in mijn hoofd komt nu inderdaad. Niels: Focus, focus, focus. Lizzy: Als je gewoon echt een stip op de horizon hebt van deze dingen, gaan we nu volgas gewoon de komende periode even aan werken. Lizzy: En ook zorgen dat het niet allemaal van die projecten erbij zijn. Lizzy: Want dat is ook vaak een gevaar van we hebben het allemaal hartstikke druk. Lizzy: We zitten tot hier. Lizzy: En als er dan ook nog allerlei projecten daarnaast komen. Lizzy: En ondertussen gaat het bedrijf gewoon door en komen andere projecten bij. Lizzy: En het leven gaat gewoon door. Lizzy: En ja, dan is ook het gevaar dat het heel veel van de kar gaat vallen. Joop: In het boek behandel je een framework. Joop: Zou je daar iets over kunnen vertellen? Lizzy: Ja, Fab Five. Lizzy: Nou, dat is eigenlijk ook een dubbele naam, zeg ik altijd. Lizzy: Eigenlijk ook om een nog betere en leukere werkweek te creëren. Lizzy: En dat begint eigenlijk bij een aantal stappen, een aantal eerst stappen, dus eerst fundament. Lizzy: Dus je wil eigenlijk eerst een soort van basis hebben dat we wel een beetje op de werkvloer duidelijk hebben en in teams van nou wat is het en wat kan je ermee, maar dan het liefst wel vanuit mijn visie, die verbinding gelijk met de dagelijkse praktijk, al is het maar een paar kleine stappen. Lizzy: Ik zeg altijd in mijn eigen sessies ook van ik kan heel lang erover gaan vertellen, maar ik heb eigenlijk liever dat jullie het zelf onder je vingertoppen gaan ervaren. Lizzy: Want het is gewoon vele malen effectiever. Lizzy: En dan kan je heel veel inspiratie delen. Lizzy: Maar ja, je kan ook naar de Efteling gaan om geïnspireerd te raken. Lizzy: Alleen inspiratie heb je niks aan. Lizzy: Dan gaan niet dingen morgen mee veranderen. Lizzy: Dus daar begint het eigenlijk mee. Lizzy: En vervolgens. Lizzy: Er is eigenlijk altijd een beetje een soort van driedeling, in eigenlijk elk team ook wel. Lizzy: Sommige teams wel uitgesloten, maar andere teams ook wel, eigenlijk als doorsnede van de organisatie zie je eigenlijk wel, er zijn mensen enthousiast, die hebben eigenlijk weinig nodig. Lizzy: Die waren al enthousiast, zijn niet per se enthousiaster geworden, niet altijd waren ze al. Lizzy: Je hebt eigenlijk een soort van de mensen die misschien nog een beetje argwanend naar zijn. Lizzy: En een grote middengroep, die nou van moment op moment alle kanten nog op schiet. Lizzy: En kijk, je wil eigenlijk die energie die ontstaat, zeg ik altijd, dat is eigenlijk de beste versneller om vast te pakken. Lizzy: En dat kan je heel snel als olievlek gaan verspreiden. Lizzy: En ik zeg altijd van het is niet dat je de rest moet gaan negeren. Lizzy: Maar de makkelijkste manier is gewoon die olievlek groter gaan maken. Lizzy: En overal kleine olievlekjes laten ontstaan. Lizzy: En dat eigenlijk gaan versnellen. Lizzy: En eigenlijk, nou ja, ik kan het hele Fab 5 framework gaan uitleggen, maar dan zijn we morgen nog, moet je gewoon het boek voorlezen. Lizzy: Maar het is eigenlijk een soort van stappenplan bijna, hoe je AI op de werkvloer stap voor stap kan aanpakken. Lizzy: Eigenlijk is Fab 5 eigenlijk ook, nou ja, in het boek staan ook nog meerdere modellen. Lizzy: Ook eigenlijk wel verdeeld over meerdere fases. Lizzy: Van je kan als organisatie, als je net begint, dan kan je niet opeens al naar stap 100 gaan. Lizzy: Want dan gaan er heel grote groeischeuren ontstaan, die je uiteindelijk ook weer moet repareren. Lizzy: Dus het beste manier om het meest makkelijke en duurzame resultaten uit te halen, is ook gewoon stap voor stap voor stap. Lizzy: En natuurlijk kan je elke keer kijken bij het volgende honk. Lizzy: Wat hebben wij nu nodig? Lizzy: Wat gaan we wel doen, wat waar gaan we niet doen, waar zit de energie, waar gaan we op inzetten. Lizzy: En waar is misschien even wat extra aandacht nodig, omdat de anders wel een hele grote groep achter gaat blijven. Lizzy: Maar ik denk ook, van daar kan je ook heel erg gefocust werken. Lizzy: En als je gefocust werkt, dat zit ook heel erg in mijn eigen werkwijze, dan kan je ook echt heel snel resultaten neerzetten. Joop: Zeker. Niels: Hoe zit die focus in je eigen werk? Niels: Ja, dat gaat de ene dag beter dan de andere. Lizzy: Ik ben eigenlijk wel heel erg gefocust, maar ik ben ook heel creatief. Lizzy: En soms gaat mijn creativiteit ook wel eens met mij aan de haal. Lizzy: Gelukkig ben ik ook geen AI geworden, dat denken sommige mensen. Lizzy: Het is soms, ik denk dat soms ook echt wel een gevecht. Lizzy: Maar ik denk dat iedereen dat wel herkent. Lizzy: Voor mij zit dat in dat creatieve stukje zit ook heel veel energie. Lizzy: En dat is ook weer nodig om een batterij op te laden. Lizzy: En ik ben altijd wel heel erg bewust geweest van wat zijn de dingen die moeten gebeuren. Lizzy: En wat zijn de dingen waar ik heel veel energie van krijg. Lizzy: En die batterij, die moet je heel erg in balans houden. Lizzy: En dat is denk ik eigenlijk ook bijna misschien wel een soort van systematiek voor iedereen. Lizzy: Hoe ziet je je werk eruit en wat zijn de dingen waar je heel veel energie van krijgt. Lizzy: Want daar wil je eigenlijk als mens veel meer van doen. Joop: En wat zijn de dingen waar je minder energie van krijgt en dat wil je makkelijker maken, lichter maken, slimmer maken, zijn de activiteiten waar je energie van krijgt die zeggen van daar heb ik AI voor gebruikt en dat doe ik niet meer. Lizzy: Het zit bij mij, ik vind dat je, ik krijg deze vraag best wel veel. Lizzy: Van waar gebruik jij dan AI voor. Lizzy: En het is bij mij, ik zit al zo in die robo-samensmeltting dat het soms zeg maar heel lastig achterhalen. Joop: Het is dan eigenlijk waarbij misschien juist van afgestapt. Lizzy: Wat ik echt waar ik echt nooit AI voor gebruikt, dat denken sommige mensen van als je mij op LinkedIn een berichtje stuur, zie ik er altijd zelf achter. Lizzy: Daar zijn natuurlijk slimmere mogelijkheden voor. Lizzy: Maar dat vind ik sowieso belangrijk, heb ik ook nooit gedaan, maar dat zal ik ook nooit gaan doen. Lizzy: Ik vind juist ook van als ik een online meeting heb, daar gebruik ik een AI notuleerder voor, maar dat helpt mij juist om vol zelf in dat gesprek te zitten. Lizzy: En daarna heb je gewoon je aantekeningen bij de hand zonder dat je ondertussen heel erg druk bent geweest met je aantekeningen. Lizzy: Dus ik kan zo 1, 2, 3 niet bedenken van waar heb ik ooit AI voor gebruikt en wat doe ik nu niet meer per se. Lizzy: Het is meer dat ik sowieso al vanaf het begin hele bewuste keuzes maak in waar doe ik het wel en waar doe ik het niet. Lizzy: En ik moet wel zeggen dat als ik nu kijk naar naar sommige stukjes, soms kom ik eens wel tegen van vier jaar geleden of zo, wat ik dan samen met AI heb gedaan. Lizzy: En dan vind ik het zelf ook tenenkromend. Niels: Dat betekent groei. Lizzy: Ik vind het tegen comment en ik moet het tegelijkertijd altijd heel erg om lachen. Lizzy: Maar ik denk ook van dit is exact zeg maar de reis die wij hier heeft iedereen te nemen. Lizzy: Ik denk als iedereen inderdaad is een keer een stukje van tekst van van jaren geleden teruggeweest. Lizzy: En wat je dan samen met AI hebt gedaan. Lizzy: En toen was je er echt super trots op. Lizzy: En toen vond je het niet beter kunnen en nu denk je echt al, het ruikt er vanaf. Niels: Ik ken ik wel de code van jaren geleden die je geschreven heb, die is ook niet meer. Lizzy: Maar heel eerlijk, ik denk dat als ik ook kijk naar bijvoorbeeld werk wat ik heb gedaan, stukken die ik heb geschreven van tien jaar geleden, die vind ik ook niet meer zo briljant als wat ik ze toen vond. Lizzy: Dus dat is eigenlijk ook je eigen ontwikkeling. Joop: Dat zou ik zou ook gek zijn als je daar geen ontwikkeling in hebt. Joop: Is er iets wat jij dan geschreven hebt of gedaan met AI? Als je dat terugkijkt en je denkt van oei, daar had ik niet moeten doen. Niels: Nee, niet zozeer wat geschreven is. Niels: Want dan ga ik altijd nog wel heel erg goed doorheen met wat vind ik er zelf van. Niels: En anders gooi ik het wel weer weg wat er uitkomt. Niels: Ik ben wel meer bewust gaan worden van Rabbit Holes. Niels: Vanwege de creativiteit kan je altijd net wat meer doen, net wat anders doen. Niels: En daar word je mee gestimuleerd door de AI. Niels: Dat ik voor mezelf echt gewoon een timer zet. Niels: En kijk dat ik niet een Rabbit Hole in ben gaan doen, meer aan doen. Niels: Ja, gewoon de Pomodoro techniek die al jaren gebruikt gewoon even de knop 15 minuten mag 15 minuten losgaan. Niels: En daarna kom ik er even terug. Niels: Wat heb ik er aan gehad? Niels: Dat heb ik er niet aan gehad. Niels: Ga ik er mee door of ga ik er niet meer door? Lizzy: Ik had wel een paar maanden geleden merkte ik ook van van op sommige stukjes van de werkdag was eigenlijk de batterij al gewoon helemaal vol. Lizzy: Of in ieder geval de andere kant op eigenlijk gewoon leeg. Lizzy: En dat ik echt dacht van ja, maar ik moet nog een paar dingen doen. Lizzy: En dat had ik dan voor mezelf bedacht. Lizzy: En toen dacht ik, toen merkte ik op een gegeven moment dat ik daar dus eigenlijk misschien een beetje te veel AI voor ging gebruiken. Lizzy: Om eigenlijk, oh, dat gaat het sneller. Lizzy: En ik begon eigenlijk, daar heb ik echt een aantal keer echt flinke mijn neus opgestoten. Lizzy: Ik begon met drie goede ideeën. Lizzy: En dat werden er uiteindelijk 50. Lizzy: En toen was het probleem nog groter geworden. Lizzy: Toen ik eigenlijk had gedacht: ik ga het even makkelijker maken, want ik ga hem uitwerken. Lizzy: Uiteindelijk werd het. Lizzy: En toen dacht ik op een gegeven moment ook naar een uurtje van, de energie was al op, maar die was toen echt helemaal uit mijn lijf gedreven, dat ik echt dacht van ik moet het even laten bezinken, dacht ik. Lizzy: Ik denk dat dit niet helemaal de manier werkt. Lizzy: En ik ben dat uiteindelijk, ik ben dat ook echt een naam gaan geven. Lizzy: Dan komt er een soort van AI diarree. Lizzy: Dan denk je echt, ik ben goed bezig, want dat kan AI heel snel doen. Lizzy: Dat je bijna denkt van nou, ik krijg me toch wel even mooi voor elkaar om er toch nog iets van te maken. Lizzy: Maar vervolgens merk je eigenlijk op het je dan een moment van uit die verstandsverbijstering bent, van dat is eigenlijk niet per se heel veel beter te worden. Lizzy: Opeens heb je de twintig plannen erbij, die niet eens van plan was om te maken, maar die staan dan wel allemaal op papier. Lizzy: Ik ben dan ook nog wel, van daar betrap ik mezelf ook op. Lizzy: Dat ik dan hij is nog antwoorden aan het genereren, en dan heb ik eigenlijk alweer tien vervolgvragen klaarstaan. Lizzy: En dan ben ik al aan het typen. Lizzy: En ik doe tegenwoordig praten, doe ik eigenlijk heel veel. Lizzy: Maar dat is eigenlijk nog verraderlijker. Lizzy: Want je bent eigenlijk al die knop weer aan het indrukken. Lizzy: Terwijl het gaat maar door op je scherm, weet je wel. Lizzy: Dus dan ben je eigenlijk ook in tien minuten heb je echt wel honderd nieuwe ideeën erbij. Lizzy: Daar helpt je eigenlijk helemaal niet. Niels: Terwijl dat eigenlijk een trigger zou moeten zijn, ik hoop dat we dat inderdaad met elkaar kunnen creëren, is als je dat hebt, even stil gaan staan. Niels: Waarom? Niels: Even van wat wil ik bereiken. Niels: En dan inderdaad opnieuw erin gaan. Niels: Want ik betrapt hem dat ook bij klant, als je slash BTW doet, dan kan je tussendoor al vast wat tussendoor vragen stellen. Niels: Nee, dat doe ik nu te vaak. Niels: Dan moet ik echt even mee stoppen. Niels: Blijkbaar was mijn opdracht op voorhand niet goed genoeg om inderdaad de richting die ik heb. Lizzy: En dat was ook mijn conclusie. Lizzy: Als ik al een beetje moe ben en de batterij is leeg, dan heb je dus eigenlijk minder scherp, wat je dus eigenlijk probeert te doen. 482 Lizzy: En dan merk je dus eigenlijk dat je per se een hele optimale combinatie uit kan halen van gaat dan niet voor je oplossen. 483 Lizzy: Want uiteindelijk hadden wel honderd ideeën, maar eigenlijk ook honderd ideeën waarvan ik dacht, het schaalt eigenlijk je probleem. 484 Joop: Ik krijg alleen maar meer problemen. 485 Niels: Dat is voor mij meestal een teken om een rondje te gaan wandelen of hard te gaan lopen. 486 Lizzy: Je moet eigenlijk echt even weg even weggaan. 487 Niels: Want het is vooral mentale energie die dan de batterij leeg is. 488 Niels: En fysiek heb je nog genoeg energie waardoor je denk dat je door kan, maar je kan beter even fysiek gaan inspannen om daarna weer mentaal rust te hebben. 489 Joop: Zullen wij ook een rustmomentje pakken, want we hebben namelijk een hele leuke kaartspel. 490 Joop: Ja, wij samen met het Lisbeth Tweede Steden ziekenhuis is dat ontwikkeld. 491 Joop: Mel stellingen over AI in de zorg. 492 Joop: En daar hebben we natuurlijk allemaal mee te maken. 493 Joop: Is dat de versie. 494 Joop: Dan start ik hem even in. 495 Unknown: Je den bepalen. 496 Niels: Het moois, we hebben ze allemaal in categorieën. 497 Niels: En de categorie die ik er net uitgetrokken heb gaat over wetgeving en beleid. 498 Niels: En de stelling luidt als volgt. 499 Niels: AI mag alleen worden ingezet als wetenschappelijk bewezen effectief is. 500 Joop: In de zorg in de zorg. 501 Lizzy: En voor wat voor zorg heb ik dan gelijk. 502 Joop: Laat we het gewoon echt in de patiëntenzorg. 503 Joop: Het is in het ziekenhuis. 504 Lizzy: Kijk, als het echt het patiënt raakt, dan vind ik dat eigenlijk wel terecht. 505 Lizzy: Dat dat juist echt wel wat meer afgekaderd mag worden. 506 Joop: Of meer dan? 507 Lizzy: Meer dan van daar kan je zeg maar de algemene modellen voor gebruiken die nu zeg maar in de wereld beschikbaar zijn. 508 Niels: Ik zie daar ook wel echt een grote zorg ontstaan de afgelopen jaren, dat ook heel veel mensen die misschien eigenlijk wel in de reguliere geestelijke gezondheidszorgen misschien wel op de wachtlijst moeten komen of een plekje moeten krijgen, dat die nu ook wel heel makkelijk zelf met chat kunnen rommelen van zie allemaal gezicht dat hij een beetje hetzelfde trekken voor de luisteraars de handen die knas een beetje. 509 Lizzy: Dus ik vind wel van ik denk wel dat de reguliere zorg hier heel veel baat bij kan hebben. 510 Lizzy: Maar die moeten eigenlijk de algemene modellen wel vast gaan pakken om daar hun eigen versies van te maken. 511 Lizzy: En dan kan je een hele grote extra doelgroep gaan bedienen die misschien niet tot je wel een schip valt of op hele grote wachtlijsten staat. 512 Lizzy: In ieder geval met een soort van vorm die beter helpt dan helemaal niks doen. 513 Lizzy: Maar ik vind wel, daar moet wel moeten wel meer richtlijnen op komen. 514 Lizzy: Dat moet je niet te veel loslaten, want het kan ook heel veel schade aanbrengen. 515 Lizzy: En dat weten we allemaal, want het kan enorm naar je mond praten. 516 Lizzy: Dus je ben er ook niet altijd mee geholpen natuurlijk. 517 Joop: Nee, zeker niet. 518 Niels: Ik was van nieuwsgierig, want je hebt met organisatieverandering waar heel veel mooie vragen in je boek staan, dat is wel echt maar bijgebleven is ik heb al je vragen allemaal zitten door zitten heel veel ezelorts in mooie vraag. 519 Niels: En ik was even nieuwsgierig inderdaad, je hebt een team nodig om die veranderingen te gaan. 520 Niels: En je schrijft over een AI-expeditieteam. 521 Niels: Wat voor teams kom je nou zoal tegen? 522 Niels: Hoe zien die teams eruit die die verandering aangaan. 523 Lizzy: Ja, ik geloof uiteindelijk dat dat gewoon echt prima als een soort van bijrol zeg maar in de organisatie zelf belegd kan worden. 524 Lizzy: En vaak is nu zeg maar die kennis ze nog niet helemaal. 525 Lizzy: En het zijn ook echt wat mij betreft helemaal niet fulltime functies of mensen die daar dagen van hun tijd aan moeten besteden. 526 Lizzy: Maar daar zit eigenlijk ook dat stukje verantwoordelijkheid in. 527 Lizzy: En je hebt eigenlijk vanuit verschillende hoeken dat team nodig die uiteindelijk die olievlek in de organisatie kan gaan verspreiden. 528 Lizzy: Dus dat kan dat kan iemand zijn van IT, dat kan iemand zijn van HR, dat kan iemand zijn van juridisch. 529 Lizzy: Dat is iemand vanuit MT of bestuur. 530 Lizzy: En waarschijnlijk ook gedurende hoe je dit gaat doorlopen als ontwikkeling, ook een ander dat groepje gaat vormen. 531 Lizzy: Dus is niet per se een soort van vaststaand feit, wat mij betreft. 532 Lizzy: Ik had daar laatste ook over geschreven op LinkedIn. 533 Lizzy: Er wordt heel snel gedacht vanuit organisatie huren wel het een en ander even in en dan hebben we het even geregeld en dan komt het daarna wel vanzelf goed. 534 Lizzy: Nee, op het moment dat je het in blijft hure, dan mis je vaak de stevigheid neerzetten in je eigen organisatie. 535 Lizzy: En je kan prima even wat extern inhuren, maar wel vanuit de combinatie dat je ook intern gaat verstevigen. 536 Lizzy: Want als je expertise uiteindelijk weer met dezelfde gang de deur uitloopt als wat hij binnen is gekomen, ja dan sta je alsnog met dezelfde lege handen als waar je op dat moment daarvoor al stond. 537 Joop: Ik heb heel vaak gezegd dat AI is eigenlijk te belangrijk om niet zelf te kunnen. 538 Joop: Kijk, schrijf is schappen. 539 Joop: Wat heeft het boek niet gehaald? 540 Lizzy: Ik heb voordat ik begon. 541 Lizzy: Dit is dan mijn focuskant, zeg maar, ik heb een heel uitgebreid boekvoorstel geschreven. 542 Lizzy: En eigenlijk heb ik daarin al gelijk meegenomen. 543 Lizzy: Hier gaat hoofdstuk 1 over. 544 Lizzy: Hier gaat hoofdstuk 2 over. 545 Lizzy: Dus die verhaallijn stond eigenlijk al. Lizzy: Dus toen ik echt begon te schrijven, kon ik eigenlijk heel braaf gewoon hoofdstuk 1 hoofdstuk 2. Lizzy: En soepel ging er natuurlijk helemaal niet in de praktijk. Lizzy: Ik ben begonnen dat ik dacht van ik moet even goed beginnetje maken. Lizzy: Toen ben ik twee weken naar Spanje gegaan, heb ik mezelf opgesloten in de zon. Lizzy: En toen dacht ik, nou, laat het maar komen. Lizzy: Toen heb ik ook echt heel veel geschreven. Lizzy: Toen heb ik ook wel echt de eerste twee hoofdstukken geschreven. Lizzy: Toen dacht ik ook, nou, lekker begin, weet je wel. Lizzy: Maar toen nam de agenda het weer even over. Lizzy: En toen merkte ik van toen was ik denk ik echt een maand niet aan schrijven toegekomen. Lizzy: Ik denk oké, dit moet anders. Lizzy: Dit moet meer onderdeel worden van de werkweek. Lizzy: Dus toen ben ik gaan kijken, kan ik het kan ik het elke week gewoon als blok in mijn agenda zetten. Lizzy: En ik mag het wel verschuiven, maar dan naar een ander die week. Lizzy: En als ik dat nou de komende maanden vol hou, ik geloof dat, ik heb altijd systemen nodig. Lizzy: Dat werd bij mij in mijn werk altijd heel goed. Lizzy: En ook in mijn hoofd. Lizzy: Van als het er maar gewoon staat en het wordt een gewoonte en het staat in de agenda en het wordt een systeem. Lizzy: En ik commit mezelf daar gewoon op om het gewoon te doen. Lizzy: En er mag flexibiliteit in zitten, maar niet helemaal eruit. Lizzy: Want dan werkt dat gewoon. Lizzy: Maar toen merkte ik dus toen ik een maand niet had geschreven, toen dacht ik, het ging hoofdstuk 1 en 2 teruglees, dacht ik, dat vind ik nu allemaal heel anders. Lizzy: Toen ben ik het toch weer helemaal opnieuw gaan schrijven. Lizzy: Maar toen dacht ik dus ook van ja, maar als je dus heel lang weer naast je neer legt, dan ga je weer ook in ga je dingen weer doordenken en doorontwikkelen. Lizzy: En dan wordt het dus heel erg anders. Lizzy: Dus ik heb uiteindelijk wel. Lizzy: Ik ben uiteindelijk, ik weet niet meer exact wat ik heb geschrapt, maar ik weet wel wat ik heb gedaan, zeg maar, ik ben eigenlijk weer heel erg de lijst erbij gaan leggen waar wou ik dat hoofdstuk 1 over ging. Lizzy: Want het gevaar is inderdaad dat allemaal zijpaden ontstaan en dat je eigenlijk tien boeken in één keer aan het schrijven bent. Lizzy: Dus zo ben ik eigenlijk het boek doorgaan. Lizzy: En het grappige is van Fab 5 zit natuurlijk als rode draad eigenlijk door het boek, maar dat is eigenlijk de lijn die ik er op het laatst nog doorheen heb gezet, omdat ik dacht van er moet eigenlijk meer een soort van stappenplan en rode draad nog doorheen om het nog makkelijker te maken. Lizzy: Ik ben eigenlijk constant wel ervan uitgegaan van ja, het is en een boek wat aanzet tot nadenken en ook wel weer een bepaalde denkwijze en visie de wereld inbrengt. Lizzy: Maar ik wou ook dat er ook heel veel praktische dingen in staan. Lizzy: Dus zie je ook heel erg in die kaders en in die vragen die gesteld worden. Lizzy: En hoe kan je dit nu praktisch aanpakken? Lizzy: En hoe kan je dit nou op deze manier eigenlijk snel inzetten. Lizzy: Dus dat is eigenlijk die Fab 5, in ieder geval als rode draad is als laatste. Lizzy: Dat is de laatste weken er eigenlijk nog bij gekomen. Niels: Maar dat voelt echt als de basis van. Lizzy: Ja, dat klopt. Lizzy: Ja, dat klopt. Lizzy: Maar dat vind ik dus zelf ook. Lizzy: Maar omdat ik natuurlijk weet, van die is eigenlijk de laatste weken er nog bijgekomen, dat heb ik ook nog tegen de uitgever gezegd. Lizzy: Toch nog eens over nagedacht. Lizzy: Ik vind dat er een wat stevige rode draad in moet. Lizzy: Dus ik ga het toch nog even zo doen. Joop: Je hebt ook een aantal mensen geïnterviewd. Joop: Wat was nou voor jou het meest verrassende? Lizzy: Ik heb bijvoorbeeld Sonneplan en Jord geïnterviewd. Lizzy: Die zit allebei eigenlijk een beetje aan die klantenservicekant in die casus in het boek. Lizzy: En wat ik bij hun eigenlijk wel gelijk heel mooi vond. Lizzy: En dat wist ik natuurlijk niet van tevoren helemaal 100% natuurlijk, maar dat hun eigenlijk al vanuit de aanpak al heel erg vanuit die mens en die klant zijn uitgegaan. Lizzy: En daar eigenlijk AI op zijn gaan toepassen. Lizzy: Hoe kunnen we het voor hun beter maken? Lizzy: En tegelijkertijd voor onszelf. Lizzy: En vaak is het zeg maar dat er vaak andersom wordt gedacht. Lizzy: We kunnen het beter maken voor onszelf. Lizzy: En dat dan de rest daar niet mee geholpen, dan maakt dat niet uit. Lizzy: Maar eigenlijk maakt dat dus wel uit. Lizzy: Ik denk ook van het moment dat je hem inderdaad andersom ga ontwerpen. Lizzy: Dat er dus ook andere uitkomsten uitkomen en andere aanpakken dan dat je echt alleen maar voor jezelf eerst gaat kijken. Niels: En ik denk dat daar de waarde zit van, je moet in het perspectief van de ander naar het vraagstuk kunnen kijken. Niels: En daarom is die diversiteit denk ik ook zo belangrijk zoals je beschrijft. Niels: Is dat je dus niet vanuit je eigen optiek alleen naar het vraagstuk moet kijken, maar vanuit meerdere optieken naar moet kijken. Niels: Meerdere perspectieven. Lizzy: Nou ja, want ik vind ook als je alleen maar jezelf te geholpen bent uiteindelijk je hele stakeholdergroep en je eindklant niet. Lizzy: Wat heb je er dan mee bereikt? Lizzy: Want dan ben jij blij voor nu. Lizzy: Maar de rest eromheen niet. Lizzy: En wat betekent dat dan voor volgend jaar hoe je erbij staat? Lizzy: Dan heb je er niet gewonnen. Niels: Dan verplaats dit probleem. Joop: Je bent heel enthousiast over de technologie. Joop: Zijn er dingen waar je 's nachts van wakker ligt rondom deze technologie? Joop: Dat kan positief zijn. Lizzy: Wat ik vooral de laatste maanden heel erg ingewikkeld vind. Lizzy: Dat heb ik echt wel. Lizzy: Ik lig niet heel snel 's nachts wakker. Lizzy: Ook niet per se. Lizzy: Maar hier krijg ik wel buikpijn van. Lizzy: Is dat ik wel merk van er wordt sowieso heel snel in de wereld van een AI verkocht van alles kan in met een knip in de vingers. Lizzy: En nu vooral in de wereld van vandaag. Lizzy: Dat er ook wel heel veel wordt verkocht. Lizzy: Je kan in 15 minuten je eigen app of je eigen site of je eigen tooltje bouwen. Lizzy: En dat vind ik zo moeilijk. Lizzy: Want ik zie dat er heel veel wordt aangerommeld met zulke dingen. Lizzy: En dat er heel veel data in komt van andere mensen die daar geen toestemming voor hebben gegeven. Lizzy: Dat er heel snel wordt aangenomen. Lizzy: Ja, maar die security en die dataopslag, dat zal wel oké zijn. Lizzy: Terwijl ik eigenlijk ook gewoon. Lizzy: Misschien weet ik er iets meer van. Lizzy: Ik ben geen developer en ik zit ook niet aan die kant, maar ik snap wel hoe dit aan de achterkant werkt. Lizzy: Ja, weet je, die builders, die geven gewoon garantie tot de voordeur. Lizzy: Niet verder. Lizzy: Dus als daar vervolgens alles aan is geknoopt, omdat ze daar ook gewoon gebruik van maken. Lizzy: Zij denken, ja, daar branden wij onze handen niet aan. Lizzy: En ik vind het gewoon heel erg ingewikkeld. Lizzy: Dat jij dingen voor jezelf maakt met je eigen data en je eigen gevers. Lizzy: Weet je, hartstikke mooi, dat je daar ook dingen van leert. Lizzy: Maar als je met andere mensen gaat data gaat aanrommelen en dat ook nog anderen gaat leren. Lizzy: Ik krijg echt buikpijn van. Lizzy: Dat vind ik echt heel erg ingewikkeld. Lizzy: En dat zie ik dus wel echt heel erg in de wereld van vandaag. Lizzy: Nu gebeuren met die app-builders. Lizzy: En een jaar geleden ook met die N8N workflows en make.com. Lizzy: Je kan een e-mailtje automatisch laten versturen. Lizzy: Kijk, hier heb je mijn template. Lizzy: Vraag hem maar aan. Lizzy: En denk ja, maar dan moet je er ook bij zeggen dat je daarmee een koppeling met de e-mail maakt. Lizzy: En dat die data dus ook van beide kanten wordt ingelezen. Lizzy: En dus je eigen data daar niet vervolgens in wordt gezet. Lizzy: Maar ook de data van jouw opdrachtgevers, je klanten en iedereen die in jouw mailbox zit. Lizzy: Maar dat wordt er allemaal niet bij gezegd. Lizzy: Want dat weet ze misschien zelf ook niet. Lizzy: Degene die die template in elkaar hebben geknutseld. Joop: Of dat het niet helpt bij het bij het verkoopverhaal. Lizzy: Ja, dat is het. Lizzy: Want ik heb dus moeite mee. Lizzy: Het zijn halve verhalen die verkocht worden, halve waarheden. Lizzy: En dat vind ik dus heel erg ingewikkeld. Niels: Dus durf af te pellen, durf door te vragen, moet ik dit wel gebruiken. Niels: Hoe zit het met de dataveiligheid? Niels: Ik ben dat toch nieuwsgierig. Niels: Wat heb je wel voor jezelf gemaakt met behulp van AI, wat jouw werk een stuk makkelijker heeft gemaakt. Lizzy: Nou ja, wat ik wat ik de afgelopen jaren veel meer ben gaan doen, is eigenlijk veel meer een soort van leeromgevingen achterlaten. Lizzy: van we hebben een sessie of een aantal sessies gehad. Lizzy: Zodat er ook eigenlijk in de praktijk veel op een makkelijke manier veel meer meters gemaakt kunnen worden. Lizzy: Nou, dat is eigenlijk in de loop van de jaren steeds verder geprofessionaliseerd. Lizzy: En dat is eigenlijk nu een leeromgeving-achtig iets. Lizzy: Je zit geen vertrouwelijke of gevoelige data in. Lizzy: Maar gewoon wel heel veel praktische voorbeelden. Lizzy: Ik zeg ook altijd van dat krijgt gewoon iedereen bij mij. Lizzy: Of je nou een inspiratiesessie hebt gevolgd of heel traject of een sessie of een workshop of wat dan ook. Lizzy: Ik wil altijd iets achterlaten, waardoor het gewoon makkelijker wordt in de praktijk om het ook gewoon aan te pakken. Lizzy: Want waar loopt het naar de praktijk vaak vast? Lizzy: Maandag is het leven gewoon weer opnieuw begonnen. Lizzy: Het staat de agenda weer vol, is de inbox weer volgestroomd. Lizzy: Dus als je dan nog weer dingen moet uitzoeken, daar strandt het vaak op. Lizzy: En als je eigenlijk gewoon een makkelijk iets hebt waar je naartoe kan gaan van oké, deze stappen kan je even volgen. Lizzy: Op deze manier kan je het wat meer integreren in je werk, zo kan je het aanpakken. Lizzy: Mens onthouden gewoon niet zo heel erg veel. Lizzy: Dus op het moment dat daar gewoon even een gedegen fundament ligt, daar geloof ik daar heel erg in. Lizzy: En dat is dus dat is wel wat ik dus de afgelopen jaren steeds meer met AI ben gebouwen. Lizzy: Dus niet voor anderen. Lizzy: Ik zeg ook altijd van ik kan best bouwen. Lizzy: Maar ik vind het gewoon niet zo leuk om. Lizzy: En ik ben ook geen app-builder, zeg ik altijd. Lizzy: Ik vind ook wel schoenmaker bij mij bij je eigen lees. Lizzy: Maar dit soort dingen, dat vind ik wel van. Lizzy: Dat vind ik ook wel leuk om mee te experimenteren. Lizzy: Omdat het daarmee ook ondervind je zelf ook weer van waar zit de rek in de mogelijkheden en waar ga je ga je tegenaan lopen. Joop: Zeker. Niels: Dus het helpt eigenlijk als hulpmiddel om systemen te creëren voor mensen. Lizzy: Ja, en wat ik dus de laatste. Lizzy: Ik vind het altijd heel leuk om modellen te tekenen. Lizzy: Nou, dat zie je ook in mijn boek, maar dat is eigenlijk nog verder doorgeschoten de afgelopen jaren. Lizzy: Inmiddels is het eigenlijk al een hele methodebibliotheek aan het worden. Lizzy: Maar daar maak ik dus ook heel erg gebruik van. Lizzy: AI. Lizzy: Ik kan het ook allemaal zelf tekenen. Lizzy: Maar ik vind eigenlijk de AI's van van de afbeeldingencreators, vind ik eigenlijk de afgelopen afgelopen jaar zo goed geworden. Lizzy: Dat ik kan er niet tegenop tekenen wij van spreken. Lizzy: En ik heb hem eigenlijk nu zo strak ingericht als ik vaak alleen maar even heel duidelijk moet schetsen. Lizzy: Dit moet er in komen. Lizzy: Ik doe wel altijd met referenties. Lizzy: Van hier heb je een voorbeeldje zodat hij die lijnen goed pakt. Lizzy: Ook al heb ik dat helemaal al 10.000 keer straks erin gezet. Lizzy: En met skills en instructies. Lizzy: En ik merk, het blijft wapperen, zeg maar. Lizzy: Je krijgt het nooit helemaal zo strak als je wil. Lizzy: Maar ja, daar maak ik dus ook heel veel gebruik van. Lizzy: Er staat inmiddels LinkedIn ook helemaal vol ermee, zijn heel herkenbaar. Lizzy: Het zijn eigenlijk ook meer een beetje, ik zeg altijd, het zijn eigenlijk bijna systeemplaten, wat ik daarmee samen met AI gecreëerd. Lizzy: Dus het is bijna wat in mijn hoofd gebeurt, hoe ik dingen zie, hoe ik het weer plat sla naar organisatie en teamniveau. Lizzy: Dat kan ik eigenlijk nu met AI dus heel makkelijk eigenlijk ook nog visueel weergeven. Niels: Dat helpt heel veel. Niels: Ik ben visueel denken. Joop: Ik zou zeggen van lees het boek van Homo Sapiens naar RoboSapiens. Joop: Als je meer over het Fab 5 framework zou willen weten. Joop: De AI-diary, die ga ik echt niet meer vergeten. Joop: Dankjewel, dankjewel voor dit fijne gesprek. Joop: Leuk dat je weer luisterde naar deze aflevering. Joop: We hebben ook een hele leuke brief, kan je op abonneren. Joop: En vergeet je niet te abonneren via favoriete podcast app. Joop: Dan mis je geen aflevering. Joop: Tot de volgende keer.