Herken je dat je een goed resultaat met AI maakt, maar er liever niet over praat? Dat is promptschaamte: onderzoek van Duke University onder ruim 4000 deelnemers laat zien dat wie Artificial Intelligence gebruikt, als minder bekwaam en minder ijverig wordt beoordeeld, ook bij exact hetzelfde resultaat. Joop onderscheidt twee soorten schaamte, over je vaardigheid en over eigenaarschap, en elk vraagt om een eigen aanpak.
De schaamte over vaardigheid los je op door je rommelige prompts te delen, de eigenaarschapsschaamte door zichtbaar te maken hoe werk tot stand komt. Zo blijft goede kennis niet op één scherm hangen en meet je organisatie het echte AI-gebruik in plaats van een deel dat boven water komt. Morgen kun je één prompt waar je vier pogingen voor nodig had in je teamkanaal plakken en vragen wat een collega anders zou doen.
Het idee dat de oudere werkwijze vanzelf de betere is, vind ik flauwekul.
Joop SnijderDe schaamte komt dus vóór de blootstelling. Mensen houden iets achter waarvan ze terecht aanvoelen dat het zal worden aangerekend.
Joop SnijderMag ik even door jouw prompts scrollen? Stel die vraag eens hardop aan de collega naast je. Grote kans dat er ongemakkelijk wordt gelachen. En dat het gesprek daarna snel een andere kant op gaat. Gedragsontwerper Rogier van Koningsbruggen deed die proef op zijn eigen werk en hij bedacht er ook een woord voor, promptschaamte. Sinds juni staat het bij het Instituut voor de Nederlandse Taal als nieuw woord van de week, in het gezelschap van vliegschaamte. Leuk dat je luistert naar een nieuwe aflevering van AIToday Live. Ik ben Joop Snijder, Head of AI bij Info Support. Je begrijpt het al, vandaag gaat het over die schaamte. Waar die vandaan komt, waarom die misschien terecht is, misschien niet, en waarom ik hem toch graag weg zou hebben. We beginnen met twee soorten schaamte. Promptschaamte bestaat eigenlijk in twee varianten. En dat onderscheid daar gaat deze aflevering ook over. En die eerste variant gaat over je eigen vraag. Je typt iets in. Het antwoord valt tegen. Je probeert het nog eens en nog eens en nog eens. En dan denk je, dit zou toch beter moeten kunnen. Dus vraag je liever niemand om hulp en blijf je hangen op het niveau waarop je begon. De tweede variant gaat over je antwoord. Het stuk wat eruit komt, is goed, dus af. Maar wie jouw prompts leest, weet waar dat goede zogenaamd vandaan kwam. En dan is de conclusie in één keer dat het niet van jou komt. De eerste schaamte gaat over vaardigheid. De tweede over eigenaarschap. Ze verschillen van elkaar en ze lijken op elkaar, maar ze vragen om een verschillend antwoord. De eerste los je op met oefenen en met elkaar. De tweede niet. Laat ik eens beginnen bij toen ik dit woord, promptschaamte, voor het eerst hoorde. Ik dacht: jeetje, wat een onzin, dat zit er tussen je oren. Laat hem merken dat je het gebruikt en het is over. Dat had ik toch wel mis. Onderzoekers van Duke University publiceerden vorig jaar in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS. Een studie met vier experimenten en ruim 4000 deelnemers. De uitkomst laat weinig ruimte over interpretatie: mensen die AI gebruiken, worden negatiever beoordeeld op bekwaamheid en inzet. Lui, minder ijverig, minder zelfstandig, bij precies hetzelfde resultaat. Het tweede deel van die bevinding vind ik nog interessanter. De deelnemers voorspelden dat oordeel namelijk zelf al vooraf. Ze verwachtten dat men hen minder bekwaam en minder ijverig zou vinden, en gaven aan hun gebruik minder snel te melden aan een leidinggevende of hun collega's. De schaamte komt dus vóór de blootstelling. Mensen houden iets achter waarvan ze terecht aanvoelen dat het zal worden aangerekend. Vreemd toch. De verklaring die de onderzoekers geven, maakt het begrijpelijk. Hulp van welk soort dan ook, maakt onduidelijk wie de eer verdient. En wie een prestatie beoordeelt, moet inschatten hoeveel aan de persoon te danken is en hoeveel aan de hulp. En dan gaan we ons voorstellen wat er gebeurd zou zijn zonder die hulp. En dat is niet nieuw hoor. Het is ook niet iets van AI alleen. Het overkomt de collega met een goede stagiair en de schrijver met een goede redacteur. Je collega die zijn prompts liever voor zich houdt, is dus niet onzeker. Ik denk dat hij misschien zelfs best goed oplet. En als we zelf opletten, dan zien we nog iets: dit kost ook je organisatie iets, die promptschaamte. Wie zijn werkwijze verzwijgt, die deelt hem dus ook niet. Een goede aanpak die iemand na drie, vier, vijf pogingen vond, blijft dan op één scherm staan en komt dus nooit bij de rest van het team terecht. De leidinggevende die wil weten waar AI al werk uit handen neemt, krijgt dan een vertekend antwoord. En het adoptieprogramma waar maanden werk in zit, meet een gebruik dat misschien structureel lager ligt dan de werkelijkheid. Dat is een van de redenen waarom ik die schaamte echt weg wil hebben. Maar ik heb er nog drie redenen voor. De eerste is praktisch en persoonlijk. Voordat ChatGPT bestond, werd ongeveer twintig procent van mijn langere artikelen geschreven door een ghostwriter. Ik liet de hond uit, werd onderweg gebeld, vertelde wat ik kwijt wilde, en een paar dagen later lag er een gestructureerd verhaal dat ik nakeek en aanscherpte. Niemand vond dat destijds oneerlijk. Nu spreek ik mijn gedachten in de auto in en maakt een taalmodel de eerste versie. Leg die twee nu eens naast elkaar en vertel me waar het verschil zit. De tweede is veel meer principieel. Beoordeel een tekst op zijn merites. Is dit goed of is het niet goed? Wij hebben lettertypes die op vulpenhandschrift lijken. En niemand beweert dat schrijven met een echte vulpen daarom betere teksten oplevert. Het idee dat de oudere werkwijze vanzelf de betere is, vind ik flauwekul. De derde reden gaat verder dan mijn eigen gemak. Iemand met bijvoorbeeld dyslexie heeft nu een middel in handen om op papier te krijgen wat er in zijn of haar hoofd zit. Datzelfde geldt voor iemand met goede ideeën die worstelt met structuur. Wie die promptschaamte in stand houdt, treft juist die mensen, en misschien wel het hardst. Zij zijn degenen die zich als eerste stilhouden. In aflevering tachtig van het vorige seizoen ging ik hier uitgebreider op in. Toen ik uitlegde waarom ik watermerken en detectie van AI-tekst echt een wassen neus vind. Maar betekent het dan dat de herkomst nooit ter zake doet? Er loopt namelijk een grens, maar die grens ligt niet tussen mens en machine. Die ligt wat mij betreft tussen vakmanschap en zeggenschap. Hoe jij een tekst maakt, dat is jouw zaak. Gereedschap hoef je niet te verantwoorden. Maar zodra er een besluit wordt genomen dat over iemand anders gaat, dan ligt het anders. Een beoordelingsgesprek, een afwijzing. De verdeling van een budget. Degene die het betreft, heeft de recht op om te weten hoe dat besluit tot stand is gekomen. Dat is dan geen etiket op een tekst. Nee, dat is verantwoording afleggen. En daar volgt meteen wat mij betreft ook iets praktisch uit. Voor iedereen die nu overweegt om melden van AI-gebruik verplicht te stellen. Denk daar nog eens een keer over naar. Want namelijk wie openheid afdwingt, straf dus precies de mensen die het meeste verliezen hebben. Zij gebruik het dan misschien niet meer of ze zwijger erover. En een organisatie leert niets van wat verzwegen blijft. Wat zou je dan morgen kunnen doen? Deel je eigen pomp. En niet de mooiste waar je trots op bent, maar juist die rommelige waar je drie keer voor moest terugkomen. En misschien zelfs waar het tikfout in staat. Wie dat als eerste doelt doet, haalt bij een andere schaamte over vaardigheid weg. De schaamte over eigenaarschap verdwijnt vanzelf, zodra het gewoon wordt dat we elkaar laten meelezen in hoe het werkt en hoe een prompt tot stand komt. Dus weg met die schaamte. Ik vind schaamte sowieso een vervelende emotie laten we vooral delen en leren. Leuk dat je weer luisterde naar deze korte aflevering van ET Live. Vergeet niet. Maar onmisbaar waar het past. En vergeet niet de volgende keer weer te luisteren. Tot de volgende keer.