Alle afleveringen
S08E60 - AI als normale technologie: waarom de hype voorbijgaat
S08E60

AI als normale technologie: waarom de hype voorbijgaat

Seizoen 8 14 min Hosts: Joop Snijder & Niels Naglé
0:00

Wat leer je in deze aflevering?

AI wordt niet de redder van de mensheid en ook niet de oorzaak van de ondergang — dat zijn verkoopverhalen, geen analyse. Het echte probleem is dat het publieke debat AI behandelt als een zelfstandig wezen, terwijl het gewoon technologie is die onder menselijke controle staat en waarschijnlijk ook blijft. Joop legt uit waarom adoptie altijd trager gaat dan de techniek: de bottleneck is nooit de uitvinding, maar de verspreiding — vertrouwen, wetgeving, processen die anders ingericht worden.

Een AI-model dat slaagt voor het advocatenexamen is iets anders dan een systeem dat duizend keer achter elkaar betrouwbaar werkt in een proces waar iets op het spel staat. Morgen kun je bij elk AI-hype-bericht één vraag stellen: wat is de concrete claim, wat is het bewijs, en wie heeft er belang bij dat je dit gelooft?

01
Twee kampen, één blinde vlek Utopisten en dystopisten behandelen AI allebei als een zelfstandig wezen met eigen wil. Onderzoekers Narayanan en Kapoor (Princeton, 2025) stellen in *AI as Normal Technology* dat dit de verkeerde lens is: AI is gereedschap, geen.
02
Adoptie gaat langzamer dan de techniek De bottleneck is niet wat AI kan, maar hoe snel organisaties, wetgeving en werkprocessen meebewegen. Bij elektriciteit duurde het decennia voordat fabrieken echt anders werden ingericht na de uitvinding van de elektromotor.
03
Kloof tussen kunnen en betrouwbaar doen Een AI-model dat slaagt voor het advocatenexamen is iets anders dan een systeem dat duizend keer achter elkaar betrouwbaar een zaak afhandelt. Die laatste stap kost tijd, ongeacht hoe indrukwekkend de demo is.
04
AI versterkt het systeem waar het in landt De relevante vraag is niet of superintelligentie ons uitroeit, maar hoe AI ongelijkheid, democratie en vrije pers beïnvloedt. Dat is stuurbaar, en vraagt om veerkracht in systemen in plaats van angst.

Kernbegrippen

AI als normale technologie
Benadering die AI ziet als gereedschap vergelijkbaar met elektriciteit, niet als zelfstandig wezen met eigen wil.
Adoptie-bottleneck
Vertraging tussen technische mogelijkheden en daadwerkelijke implementatie door organisatorische, wettelijke en procesmatige barrières.
Betrouwbaarheid op schaal
Vermogen van AI-systemen om consistent en betrouwbaar te presteren in praktijksituaties, niet alleen in demonstraties.
Systemische impact
Manier waarop AI bestaande structuren versterkt, inclusief effecten op ongelijkheid, democratie en vrije pers.

Wat kun je morgen doen?

  1. 1 Toets AI-krantenkoppen op de vraag: utopie of dystopie? Zo ja, negeer de grote claim en zoek de concrete toepassing erachter.
  2. 2 Beoordeel AI-implementaties op betrouwbaarheid op schaal, niet op indrukwekkende demo's.

Transcript

Welkom weer bij de korte aflevering van AIToday Live met vandaag waarom AI een normale technologie gaat worden. Als voorbereiding op een aflevering die eraankomt, las ik een boek dat mij aan het denken zette. En het gaat over het boek Niet onze AI van Gabriella Obispa en Laurens Vreekamp. In hoofdstuk 2 beschrijven ze zeven verontrustende ideologieën die de wereld van AI vormgeven. Zeven manieren van denken die mede bepalen hoe de grote spelers naar de toekomst kijken en naar ons. Dat hoofdstuk bleef bij mij hangen. En juist omdat ik mij niet kan vinden in die ideologieën en omdat het me dwong om scherp te krijgen hoe ik er zelf kijk. Gabriella en Laurens komen binnenkort uitgebreid aan het woord. En dan zullen we deze ideologieën waarschijnlijk ook wel gaan bespreken. Maar er komt dus een eigen aflevering over hun boek. Dat ga je nog horen. Vandaag draai ik het om, want vandaag vertel ik mijn eigen kijk op de technologie en zoek ik uit of er anderen zijn die dat beeld dan ook delen. Want ja, kijk, stel je voor, we zijn tien jaar verder en we hebben het niet meer over AI. En niet omdat AI dan verdwenen is, maar juist omdat het overal zit, net als elektriciteit. Niemand staat 's ochtends op en denkt. Vandaag ga ik eens elektriciteit gebruiken. Je doet het licht aan klaar. En ik denk dat het met AI dezelfde kant op gaat. En daarom leg ik dat vandaag ook even uit. En ook waarom ik daar anders over denk dan veel mensen in dit vakgebied. Laten we beginnen. Dus als je het AI-debat van de laatste jaren volgt, dan zie je twee kampen. Aan de ene kant de utopie. AI gaat alles oplossen. Ziektes, klimaat, armoede. We bouwen een soort superintelligentie en die brengt de mensheid naar een nieuw niveau. Aan de andere kant is de dystopie. Dus AI wordt slimmer dan wij, ontsnapt aan onze controle en vormt een gevaar voor het voortbestaan van de mens. Allebei die verhalen zijn groot. En allebei trekken ze veel aandacht. Conferenties, boeken, miljoenen aan investeringen, miljarden aan investeringen en beleidsstukken. Er is ontzettend veel te doen rond die twee uitersten. Maar wat mij juist opvalt, is die twee kampen lijken meer op elkaar dan dat ze zelf denken. En ze behandelen AI allebei als iets apart. Bijna als een soort van nieuw diersoort of zo. Een wezen met een eigen wil dat ofwel ons redder wordt, of onze ondergang wordt. En precies dat punt wil ik vandaag tegenspreken. Want er is ook een derde manier om ernaar te kijken. En gelukkig ben ik daar niet alleen in. In april 2025 schreven twee onderzoekers van Princeton moet ik zeggen. Arvind Narayanan en Sayash Kapoor. Een lang stuk met een simpele titel AI as normal technology. AI als normale technologie. Dat geloof ik in. Hun stelling. AI is geen aparte soort. Het is gewoon technologie. Belangrijke technologie. Technologie die veel gaat veranderen, zeker. Maar in dezelfde categorie. Als elektriciteit en het internet. En let op, normaal betekent dus hier niet onbelangrijk. Elektriciteit heeft de wereld omgegooid, het internet ook. Maar we noemen ze allebei normaal, omdat ze onderdeel van het gewone leven zijn geworden. En dat is precies het punt dat ik wil maken. Die onderzoekers zetten zich daarmee af tegen zowel de utopie als de dystopie. Niet door braaf een middenweg te kiezen, maar door een soort van hele andere lens te kijken naar deze verandering. Zij zeggen: stop met AI behandelen als een bijna zelfstandig wezen. Behandel het als gereedschap. Gereedschap dat onder menselijke controle staat en dat waarschijnlijk ook blijft. Ik denk ook nog dat er gewoon over een aantal jaar, omdat het normaal wordt, dat we het helemaal niet meer over deze technologie hebben. En dit hebben we eerder gezien. Want het helpt om te bedenken dat elektriciteit ooit precies dezelfde fantasieën opriep als AI nu. Ook elektriciteit was op een gegeven moment nieuw en werd me half begrepen. En mensen plakten er hun grootste dromen of nachtmerries op. Een van die dromen was dat elektriciteit leven kon scheppen. Kan je je nu niet meer voorstellen. Dus dat elektriciteit leven kon scheppen. En dat begon bij Luigi Galvani. Vanaf 1781 liet hij kikkerpoten bewegen met elektriciteit. En hij concludeerde dat dierlijk weefsel een eigen kracht bevatte. Dat noemde hij animal electricity. Daaruit groeide namelijk een groot idee. Want als elektriciteit spieren laat bewegen, kan het dan ook doden terugbrengen. En zijn neef Giovanni Aldini ging het proberen. In 1803 zette hij in het openbaar stroom op het lichaam, het is niet echt een fijn verhaal, zette die openbaar stroom op het lichaam van een opgehangen misdadiger. En de kaak trilde het linkeroog ging open, het gezicht vertrok en voor de toeschouwers leek het bijna of de man weer tot leven kwam. Mensen geloofden dit serieus. Het idee dat je de onderdelen van een schepsel bij elkaar kon brengen en er leven in kon blazen. Dat is letterlijk uiteindelijk de gedachte achter het boek Frankenstein. Nu vinden we dat absurd, maar toen dus niet. Kijk eens, hoe dat soort ideeën dicht bij vandaag liggen. Toen was het fantasie. Dus een machine die leven schept. En nu is het een fantasie een machine die een geest schept, een bewustzijn schept. Die onderzoekers geven het eigenlijk zo op. AI-bedrijven verschuiven langzaam van het scheppen van goden naar het bouwen van producten. Het is steeds hetzelfde patroon. Het is een nieuwe kracht die we nog niet snappen. En daar plakken we onze grootste hoop en onze diepste angst op. En over een aantal jaar kijken mensen waarschijnlijk net zo raar naar onze verhalen over superintelligentie als wij nu naar die trillende kikkerpoot. Maar goed, nu het interessante deel. Want dingen gaan gewoon langzamer dan dat je denkt. Waarom denken die onderzoekers en ik dat AI gaat indalen tot iets gewoons. Dat antwoord zit in een verschil dat vaak door elkaar wordt gehaald. Het verschil tussen wat de technologie kan en wat de samenleving ermee doet. In het publieke debat gaan die twee bijna altijd op één hoop. Dus een nieuw model verschijnt. Het kan iets indrukwekkends en meteen wordt aangenomen dat de hele wereld morgen verandert. Zo werkt het natuurlijk niet. Dus die onderzoekers leunen op een oude theorie uit de sociologie over hoe nieuwe dingen zich verspreiden. En daarin zit echt een belangrijk onderscheid. Dus tussen de uitvinding, het echte product en de verspreiding ervan. De uitvinding is meestal helemaal niet de bottleneck. De bottleneck is de verspreiding. Dus het echt in gebruik nemen in organisaties, in regels en de manier waarop mensen werken, dat vraagt om vertrouwen om wetgeving, om omscholing, om processen die anders ingericht worden. Je hoort het al, dat kost tijd. En veel van het debat negeert het hele proces van adoptie. Men verwacht dat de maatschappelijke effecten optreden met de snelheid van de techniek. Maar de verspreiding van bruikbare AI minder een vloedgolf en meer een straaltje dat langzaam doorsijpelt. Denk weer aan die elektriciteit. De gloeilamp werd uitgevonden, maar het duurde decennia voordat fabrieken echt anders werden ingericht. Bij de ontdekking van de elektromotor. In het begin zette ze gewoon een elektromotor op de plek van de oude stoommachine. Één grote motor die via assen en riemen de hele fabriek aandreef. Pas veel later snapten ze dat je elke machine zijn eigen kleine motor kan geven en dat je de hele fabriek anders kon bouwen. Dus de techniek was er snel. De echte verandering kwam traag. En bij AI zie je hetzelfde. De modellen rennen vooruit. De manier waarop wij werken, onze organisaties, onze regels, die volgen in een veel langzamer tempo. Dat is helemaal niet erg. Dat is uiteindelijk gewoon heel normaal. En er is nog een reden waarom het langzamer gaat. En die onderzoekers noemen het de kloof tussen wat een model kan en wat een product betrouwbaar doet. En het voorbeeld dat zij gebruiken, dat vind ik echt een hele mooie. Want een AI-model kan slagen voor het toelatingsexamen voor advocaten. Heel indrukwekkend. Maar het werk van de advocaat bestaat niet uit de hele dag examenvragen beantwoorden. Een examen halen en een echte zaak betrouwbaar afhandelen, dat zijn twee verschillende dingen. Datzelfde gat zie je bij programmeren, wat wij doen. Een model lost dan een afgebakend programmeerpuzzeltje keurig op, maar een groot softwaresysteem onderhouden met alle context, alle verantwoordelijkheid die daarbij hoort, dat is gewoon een ander vak. Dit herken ik ook uit het werken met AI-agents. Dus een demo die één keer goed gaat, is iets heel anders dan een systeem dat duizend keer achter elkaar betrouwbaar moet werken in een proces waar iets op het spel staat. En die laatste stap, van indrukwekkend naar betrouwbaar, dat is de zware stap en die kost tijd. Nogmaals, niet omdat de techniek te kort schiet, omdat betrouwbaarheid nu eenmaal moeilijk is. Kijk, we moeten wel goed kijken naar risico's. Kijk, AI als normale technologie zien, betekent niet dat er geen risico's zijn. Het betekent dat we naar de juiste risico's kijken. En op de juiste plek. Die onderzoekers zeggen iets dat mij is bijgebleven. AI versterkt het systeem waar het in landt. In hun woorden, het kan ongelijkheid kleiner maken of groter. Het kan de vrije pers helpen of beschadigen. Het kan de democratie versterken of uithollen. En wat er gebeurt hangt af van hoe wij het inzetten. En dat vind ik een veel nuttiger gesprek dan de vraag of superintelligentie over 20 jaar ons uitroeit. Het is zo makkelijk om een jaartal te roepen waarop we een grote doorbraak verwachten. Maar dat is gewoon gissen en iets legitimeren waarvan je niet eens weet of het überhaupt gebeurt. Vaak om maar een gevoel van urgentie te creëren en investeringen aan te jagen, maar dat is niet hoe we verstandig beleid moeten maken. Het voorstel voor beleid past hier veel beter bij. Dus niet proberen een hypothetische superintelligentie te voorspellen en tegen te houden, maar wel zorgen dat onze systemen en instellingen een schok kunnen opvangen en zich kunnen aanpassen. Dus veerkracht in plaats van angst en de controle bij de mens houden. Kijk, ik begon met die elektriciteit en daar wil ik nog even op terugkomen, want er zit best wel een mooie gedachte achter. In de jaren negentig schreef Mark Weiser, een onderzoeker bij Xerox, over wat hij rustige technologie noemde. En zijn idee was dit. De meest betekenisvolle technologieën zijn juist de technologieën die verdwijnen, niet echt verdwijnen, maar ze verweven zich in het dagelijks leven tot je eigenlijk niet meer als iets apart waarneemt. Schrift is hier een mooi voorbeeld van. En je ziet een bord langs de weg en je leest het zonder te denken: wat een knappe technologie, schrift. En bij elektriciteit net zo. Je merkt het pas als het wegvalt en je in het donker zit. En ik denk dat AI dezelfde kant op gaat. Nu praten we er nog over omdat het nieuw is en spannend is. Over tien jaar zit het in je mailprogramma in je auto in het ziekenhuis in de fabriek. En dan praten we er gewoon niet meer over. Niet omdat het mislukt is, maar juist omdat het gelukt is. Dus alleen de specialisten houden zich er dan nog mee bezig. En de mensen die zorgen dat het werkt en dat wij het allemaal kunnen gebruiken. Net als de mensen achter het elektriciteitsnet die we ook nooit zien, totdat er een storing is. Waarom vertel ik dit nu allemaal? Omdat ik merk dat dat hele zwart-witte verhaal toch wel vermoeiend wordt. De ene week lees je dat AI ons gaat redden. De andere week dat AI ons gaat vernietigen, blablabla alles verkoopt goed. Allebei kloppen niet. Daarom kijk ik er ook zo anders naar. Dus ik denk dat AI echt belangrijke technologie is die langzaam gewoon wordt, die indaalt in ons werk, in ons leven met vallen en opstaan, zoals elke grote technologie hiervoor. Gelukkig kiezen steeds meer mensen voor deze nuchtere middenpositie. En dat geeft mij in ieder geval vertrouwen en niet het naïeve vertrouwen van de utopie, niet de angst van de dystopie. Gewoon het rustige vertrouwen dat wij mensen er, net als met elke technologie ervoor een normale verhouding mee gaan vinden. Dat we ons niet laten verblinden door de grote verhalen. Want dan kunnen we ons ook niet richten op de echte problemen en kansen die er nu zijn, daar wil ik me op richten. De volgende keer als je een kop leest over het eind van de mensheid, over de hemel op aarde. Stel jezelf dan de volgende vraag. Waar hebben we het hier nou over? Ik weet in ieder geval wat ik denk. Tot de volgende keer bij AIToday Live.